FAQ
MilieuAdviesWinkel

MilieuAdviesWinkel

In de Frontaal lente 2022 las je al dat onze MilieuAdviesWinkel sinds 2002 meer dan 13.000 renovatie-adviezen gaf aan Oost-Vlaamse burgers. En dit jaar werd de kaap van 1.000 verleende adviezen nu reeds overschreden. Duizelingwekkende aantallen! Dringend tijd dus om even in te zoomen op zo’n gratis renovatie-advies. Daarom gaan we op stap met Dominique Girolami, één van de 24 adviseurs van MAW.

Korte kennismaking
Voordat Dominique aanbelt bij het statige huis van Margot in de Gentse binnenstad, werpt hij al een blik op de gevel en het dak. Oog voor detail is immers een essentiële eigenschap voor een renovatie-adviseur. Eenmaal binnen laat hij Margot eerst zelf vertellen over haar huis. Zo komt hij te weten dat ze er al meer dan tien jaar woont en intussen enkele verbouwingen achter de rug heeft. ‘Via een aantal basisvragen probeer ik de bewoners steeds op hun gemak te stellen en tegelijk wat kritische informatie te verzamelen’, licht Dominique toe. ‘Een renovatie-advies is geen controle. Onze bedoeling is vooral om opties mee te geven hoe bewoners hun huis energetisch kunnen renoveren, op hun eigen maat en binnen hun financiële situatie.’

Rondgang van dak tot kelder
Na de korte kennismaking start Dominique zijn rondgang door het huis, steeds van boven naar beneden. ‘Langs het dak gaat in elke woning potentieel veel warmte – en dus energie – verloren’, zegt hij. ‘Gelukkig bestaan er vaak andere oplossingen dan een dure dakvernieuwing.’ Margots dak blijkt volgens de huidige normen reeds voldoende geïsoleerd, wat Dominique haar duidelijk aangeeft. ‘Het advies wil in de eerste plaats inzichten geven. Als het goed is, zeggen we dat daarom ook.’
Omdat enkele ramen van Margot nog gewoon dubbel glas bezitten, adviseert Dominique driedubbel of hoogrendementsglas. Het raamschrijnwerk blijkt nog in goede staat, zodat alleen het glas vervangen kan worden en niet het volledige raam; een factor vier goedkoper!’ Dominique vermeldt bewust gemiddelde prijzen, zodat Margot exact weet waar ze aan toe is. Langzaam dalen we verder de trap af. Geen enkel detail ontsnapt aan de scherpe blik van Dominique. Hier en daar geeft hij concrete tips, o.a. over LED-verlichting, zonnepanelen en vloerisolatie. Op het terras bestudeert hij de goed geïsoleerde achtergevel. Bij de verwarming, die nu via een gascondensatieketel verloopt, zet Dominique de mogelijkheden voor een warmtepomp op een rij. De ideale oplossing van zonnepanelen, een lucht- waterwarmtepomp en goede isolatie blijkt hier niet zo evident. Over de ventilatie is de renovatie-adviseur dan weer zeer pragmatisch: ‘In een huis uit de 17 de -eeuw blijven sowieso kieren. Investeren in ventilatie is in dit geval minder zinvol.’ Hij raadt Margot aan om simpelweg haar  gezond verstand te gebruiken bij het verluchten.

Neergeschreven adviesverslag
Hoewel Dominique tijdens de rondgang alle onderdelen evalueert en zijn renovatie- expertise aanwendt om ter plaatse te adviseren, wordt achteraf nog een neergeschreven adviesverslag aan Margot bezorgd. Zo krijgt ze als eigenares duidelijk zicht op alles wat er op energetisch vlak goed en minder goed is aan haar huis, aangevuld met kant-en-klare tips voor een renovatie, voornamelijk gericht op de buitenschil. ‘Bewoners die hun badkamer willen renoveren, zijn bij mij niet aan het goede adres’, grapt Dominique.

Verdere begeleiding
Als Margot bijvoorbeeld effectief haar glas wil vervangen, kan Dominique haar daarin verder begeleiden. ‘Ik bezorg dan een lijst van betrouwbare aannemers, beoordeel en vergelijk offertes en volg zelfs de eventuele uitvoering op. Tot slot help ik nog met de premie-aanvraag.’ Dominique is zichtbaar trots dat hij via zo’n begeleidingstraject echt renovaties in gang kan zetten. ‘Sowieso begint alles met een eerste advies, omdat je zo voor bewoners helder weergeeft wat de mogelijkheden én de prioriteiten zijn van hun woning, in functie van hun budget.’

Dominique als renovatie-adviseur
Net als een groot deel van de renovatie-adviseurs is Dominique deeltijds architect (80%) en werkt hij daarnaast op zelfstandige basis voor MAW (20%). Die combinatie vindt hij ideaal. ‘Als bio-ecologisch architect begeleid ik meestal een bemiddeld publiek met specifieke wensen, terwijl ik als renovatie-adviseur in principe iedereen kan helpen. Het fijnste is om mensen met een beperkt budget een oplossing te bieden, zodat hun energierekening daalt en hun wooncomfort verhoogt. Wist je trouwens dat een energetische investering soms via een renteloze energielening ondersteund kan worden? Zo draag ik mijn steentje bij om de wereld een stukje socialer en duurzamer te maken. En natuurlijk voelt het goed, wanneer mensen oprecht dankbaar zijn!’ Dominique verleent trouwens enkel renovatie-advies binnen Gent, omdat hij zo alle verplaatsingen per fiets kan doen. Hop naar het volgende advies!

Wil je ook weten hoe je huis energie kan besparen? Meld je hier aan voor een gratis renovatie-
advies in Gent of omstreken.

Dit artikel werd geschreven door An Van Hemeldonck voor Frontaal (editie zomer 2022), het magazine van Gents MilieuFront. Wil je ook 4x per jaar inspirerende en kritische Frontaal-artikels lezen op papier of digitaal? Word nu lid van GMF en geniet van Frontaal en tal van andere fijne voordelen!

Foto's: Nathalie Samaes

Meer dan 75% van de broeikasgasemissies in de EU is afkomstig van de productie en het gebruik van energie. We moeten ons energiesysteem koolstofvrij maken, willen we onze klimaatdoelstellingen voor 2030 en de langetermijnstrategie van de EU om tegen 2050 koolstofneutraal te zijn, kunnen realiseren. Energiezuinige gebouwen en hernieuwbare energiebronnen staan hierin voorop. Maar hoe ver staan wij hiermee begin 2022?

Hernieuwbare energiebronnen
Hernieuwbare energiebronnen zijn energiebronnen die zichzelf op natuurlijke wijze opnieuw aanvullen (of vernieuwen), zoals zonne-, wind- en getijdenenergie. Gekende voorbeelden hiervan zijn:
⦁    Biomassa en afval: organisch, niet-fossiel materiaal van biologische oorsprong, dat kan worden gebruikt om warmte of elektriciteit op te wekken; omvat hout en houtafval, biogas, gemeentelijk vast afval en biobrandstoffen; met inbegrip van het hernieuwbare deel van industrieel afval
⦁    Waterkracht: de elektriciteit opgewekt in waterkrachtcentrales vanuit de potentiële en kinetische energie van water (de elektriciteit opgewekt in pompcentrales is niet inbegrepen)
⦁    Geothermische energie: de energie beschikbaar als warmte vanuit de aardkorst, meestal onder de vorm van warm water of stoom
⦁    Windenergie: de kinetische energie van de wind die in windturbines in elektriciteit wordt omgezet
⦁    Zonne-energie: zonnestraling benut voor zonne-warmte (warm water) en elektriciteitsproductie
⦁    Omgevingswarmte (warmtepompen): warmtepompen die worden aangedreven door elektriciteit of andere aanvullende energie om (opgeslagen) energie uit de lucht, de grond of het water te onttrekken en om te zetten in energie die elders kan worden gebruikt (bijvoorbeeld om ruimtes te verwarmen met vloerverwarming en / of water in woongebouwen).

Nederland – België
Eurostat becijferde in 2018 het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen ten opzichte van de totale energieverbruik voor alle Europese landen. Nederland was in 2018 van alle EU-landen het verst verwijderd van het verwezenlijken van de doelstellingen voor hernieuwbare energie voor 2020 met 7,4 %. In België waren de hernieuwbare energiebronnen goed voor 9,4 procent van het energieverbruik, waarmee wij ook bij de slechtste leerlingen van de klas horen.

GMF naar Vakbeurs Energie (NL)
Ondertussen zijn we 2022 en lopen zowel wij, Belgen, als onze noorderburen nog steeds achter op de doelstellingen. Nederland maakte wel een inhaalbeweging met een aandeel van 11,1% hernieuwbare energie, hetgeen overeenkomt met het Belgische percentage. Een ex aequo dus… Maar hoever staat men ondertussen in Nederland en wat kunnen wij Belgen van hen leren om niet achterop te raken?

GMF stuurde techneut Wim, renovatie-adviseur bij de MilieuAdviesWinkel, naar de ‘Vakbeurs Energie’ in ’s Hertogenbosch (NL) om er de nieuwste technische ontwikkelingen en innovatieve concepten in de energietransitie te onderzoeken. Wim was onder de indruk en keerde terug met volgende aantekeningen.

⦁    Prefabriceer je buitenschil en je maakt een groot verschil
Geen kaas gegeten van de bouwwereld? Hier volgt een woordje uitleg. Prefab betekent gestandaardiseerd produceren van bouwdelen in een productiehal en dit kant-en-klaar leveren en monteren op de werf. Bij grondige energetische renovaties voldoen de thermische eigenschappen van de buitenmuren, daken, buitenschrijnwerk,… vaak niet. Onze noorderburen zetten volop in op geïndustrialiseerde bouwsystemen voor zowel nieuwbouw als renovatie. In de prefab-buitenschil zijn het ventilatie- en verwarmingssysteem (bv. lucht-water-warmtepomp) geïntegreerd voor een comfortabel en gezond binnenklimaat. Voordeel hiervan is het snelle bouwtempo en de lagere kostprijs wanneer je deze techniek in serie kunt toepassen. Denk hierbij aan hoogbouw of een serie van dezelfde woningen. Lekker zuinig en tot gezellig warm, klinkt goed!

    Warmtepompen voor elk paar klompen!
In tegenstelling tot wat wij in België denken is het plaatsen van een warmtepomp niet enkel mogelijke in energetisch-onberispelijke woningen. Dit door diverse technologieën:

  1. Een nieuwe generatie warmtepompen kan hogere werkingstemperaturen genereren tot zelfs °70. Hierdoor wordt het ook mogelijk om dit verwarmingssysteem toe te passen in matig geïsoleerde woningen. Wel merken wij een efficiëntieverlies, dus goed isoleren en luchtdicht maken geniet nog steeds de voorkeur!
  2. De doorontwikkeling van lage-temperatuur-radiatoren. Je hoeft niet steeds een volledige nieuwe vloeropbouw te plaatsen, inclusief vloerverwarmingssysteem, als je een warmtepomp wenst te plaatsen. Vaak volstaat het om de oude radiatoren te vervangen door aangepaste exemplaren voor een lage-temperatuursregime.
  3. Buurman, wat doet u nou? In stedelijke gebieden wordt het plaatsen van een warmtepomp vaak niet overwogen uit schrik voor geluidsoverlast. De Nederlanders hebben dit snugger opgelost door de buitenunit te splitsen, waarbij de ventilator binnen wordt geplaatst. Zit die lekker in je kelder en hop, je hoort er niks meer van.

    PVT-panelen
Photo-voltaïsche panelen (of zonnepanelen in de volksmond) kennen we allemaal. Dit zijn panelen die elektriciteit opwekken. Maar wist je dat in Nederland de zonnepanelen ook warmte kunnen opwekken. Indien je deze koppelt aan een PVT-warmtepomp is het mogelijk een woning op duurzame wijze van warmte, koeling, sanitair water en elektriciteit te voorzien. Deze PVT-warmtepomppanelen vervangen de bodembron of de buitenunit, ideaal dus in stedelijke omgeving.

    Warmterecuperatie van sanitair water
Lekker zuinig zijn met je douchewater. Jan Pet en Truus Thuis hebben er nog nooit van gehoord, toch bestaat de techniek al jaren. In plaats van al het warme water direct het afvoerputje in te laten stromen vang je dit lekker op en stuw je het door een warmtewisselaar. Dit staaltje techniek haalt de energie uit het afvalwater en warmt zo het koude aanvoerwater alvast op. Slim toch?

⦁    Zoutwaterbatterij
Ecologische batterijen op basis van zoutwater. ’s Werelds veiligste en milieuvriendelijkste elektrische energieopslag voor uw huis. En dat op boogscheut verwijderd! Als we onze Hollandse vrienden mogen geloven biedt deze batterij ons tal van voordelen: niet-ontvlambaar, onderhoudsvrij, geen toxische materialen, gemaakt uit veel voorkomende materialen, lange levensduur,… Klinkt leuk!

Dit is het voorlopige slot in onze artikelenreeks Gent Zonder Gas, in 2022 gooien we het over een andere boeg op de MAW-pagina’s! Meer info over duurzame verwarmingstechnieken en ander ecologische bouw- en renovatieadviezen vind je hier terug.

Dit artikel werd geschreven door Stijn Gaudissabois en Wim Crepain voor Frontaal (editie winter 2021), het magazine van Gents MilieuFront. Wil je ook 4x per jaar inspirerende en kritische Frontaal-artikels lezen op papier of digitaal? Word nu lid van GMF en geniet van Frontaal en tal van andere fijne voordelen!

 

Een toekomst zonder fossiele brandstoffen is een toekomst zonder aardgas. Een grondstof waar heel veel huishoudens nog op rekenen voor verwarming. We staan dus aan de vooravond van een grote omwenteling. Met de artikelreeks “Gent zonder gas” wil Frontaal de mogelijke scenario’s onder de loep nemen door verschillende stemmen over het thema aan het woord te laten.

In dit artikel spreken we met Griet Juwet. Griet is architect en ruimtelijk planner en werkt als onderzoekster aan de VUB. Ze onderzoekt de ruimtelijke en socio-politieke dimensies van de warmtetransitie. Ze gaat na op welke manier de transitie naar een fossielvrij warmtesysteem ook een hefboom kan zijn voor een duurzaam stadslandschap, en een meer democratisch en inclusief energiebeheer. 

Voor welke uitdaging staan we?
Overstappen naar een fossielvrij verwarmingssysteem is natuurlijk niet niets. Daarbij is voor mij de grootste uitdaging om die transformatie niet enkel te beschouwen als een technisch verhaal, maar te proberen koppelen aan ruimtelijke en maatschappelijke duurzaamheid. Niet zomaar warmtenetten aanleggen dus, maar bekijken hoe we tegelijk ruimtelijke kwaliteit kunnen verbeteren, door bijvoorbeeld strategisch te verdichten of net in te zetten op een klimaatvriendelijker straatprofiel. Daarbij hoort ook het nadenken over oplossingen die toegankelijk zijn voor meer kwetsbare gezinnen, of beheersvormen waarin burgers een stem krijgen.

deze zeker toevoegenHoe ver staan we al volgens jou?
De technologie is er grotendeels al. Het gaat er nu om dat we oplossingen op maat ontwikkelen voor elke wijk. Vandaag wordt energie vaak op een individueel niveau aangepakt, met energierenovaties, zonnepanelen of warmtepompen. De warmtetransitie biedt echter kansen om collectieve systemen te bedenken. Waarom niet samen met de buren in je verkavelingswijk investeren in een BEO-veld? Of op schaal van een bouwblok of straat nadenken over het aansluiten op een warmtenet? Zulke samenwerkingen vragen natuurlijk extra ondersteuning.

Wat is er volgens jou (beleidsmatig, technisch,..) nodig om genoeg tempo te maken in de omschakeling?
Hier denk ik dat een aanpak op collectief niveau wel eens het verschil zou kunnen maken. Het aansluiten van bestaande woningen op een warmtenet vraagt in elk geval wat coördinatie: het wordt pas echt interessant om een leiding aan te leggen wanneer een voldoende groot deel van de woningen wil aansluiten. Tegelijk bevindt elk huishouden zich in een verschillende situatie, op financieel vlak, qua leeftijd of woonnoden. Het kan dan helpen om voor elke buurt een duidelijk perspectief voorop te stellen. Dan weet je als bewoner: tegen 2035 wordt mijn wijk aardgasvrij en moet ik overschakelen op een alternatief. Dan kan je ook samen met de bewoners bepalen welk alternatief op die plek het meest geschikt is: komt hier op termijn een warmtenet, of gaan we voor elektrische oplossingen zoals een warmtepomp? Als stad moet je dan zorgen dat collectieve infrastructuur, zoals warmteleidingen, op tijd klaarligt.

Stad Gent werkt in 2021 aan een Warmtekaart. De wijken Mariakerke, en Muide-Meulestede functioneren daarbij als pilootproject. Is dat de goeie richting?
Ja, dat is interessant omdat het wijken zijn met heel verschillende kenmerken. Mariakerke is eerder residentieel, met rijwoningen, halfopen en open bebouwingen. Muide-Meulestede is denser en heeft een mix van rijwoningen, bedrijven, kantoren en havenindustrie. Door uit te werken hoe de warmtetransitie in deze twee omgevingen eruit zou kunnen zien, doet de stad heel wat kennis en ervaring op die later ook op de andere wijken kan worden toegepast.

Is het (op de lange termijn) goedkoper om 100.000 Gentse gezinnen elk een warmtepomp te laten aanschaffen en vloerverwarming aan te leggen in hun woning, of om de warmtenetten uit te breiden en aan elkaar te schakelen, met toevoer van restwarmte vanuit de haven?
Dit is een interessante vraag, maar ik heb niet meteen een eenduidig antwoord. Enerzijds is het geen of-of verhaal, maar gaat het erom voor elke buurt de meest gepaste oplossing te bepalen. Restwarmte uit de haven kan in eerste instantie uitgewisseld worden met andere havenactiviteiten en industrie. Wat overblijft kan zeker interessant zijn als warmtebron voor de binnenstad. In minder dense buurten kunnen warmtepompen een meer rendabele oplossing zijn. Maar het is ook interessant om na te gaan bij wie de kosten precies terecht komen. Een verregaande energierenovatie met vloerverwarming en een warmtepomp, leidt snel tot hoge kosten die niet elk huishouden zomaar kan dragen. Ook subsidies kunnen die meest kwetsbare groep niet over de streep trekken omdat ze pas na de werken worden toegekend. Bij een warmtenet worden belangrijke infrastructuurkosten gedragen door de warmtenet-ontwikkelaar, al zijn er ook subsidies vanuit Vlaanderen. Dat kan een publiek bedrijf zijn, zoals Fluvius, een burgercoöperatie of een commerciële speler. Afhankelijk van het financiële model van de ontwikkelaar worden die kosten op een bepaalde manier doorgerekend in de warmteprijs. Daarbij streeft men er wel naar dat je als gebruiker ‘niet meer dan anders’ betaalt, en dat het dus voordeliger wordt dan een aardgasaansluiting, maar dat kan je op verschillende manieren berekenen. Kort gezegd is een risico dus dat er ongelijkheid ontstaat omdat voor verschillende wijken en gebouwen verschillende warmte-oplossingen mogelijk zijn, die samengaan met verschillende kosten en ondersteuningsmaatregelen. 

pixabay piro4d aggregate 1589262 960 720

Wat gaan ze met de oude gasleidingen doen? Moeten alle straten (en vele vloeren bij mensen thuis) worden opengebroken?
Er wordt onderzocht of je de oude gasleidingen zou kunnen hergebruiken voor bijvoorbeeld biogas, synthetisch gas of waterstof. Die energiedragers zouden we echter moeten voorbehouden voor die activiteiten die hoge temperaturen nodig hebben, zoals industrie of transport. Het is bovendien nog niet echt duidelijk op welke manier en hoeveel van dat soort alternatieve gassen geproduceerd zullen kunnen worden.
In veel buurten zal het aardgasnet in de toekomst dus geen functie meer hebben. Eigenaardig genoeg, blijven oude leidingen echter meestal onder de grond zitten. Dat begint echt een probleem te vormen: op den duur is er geen plaats meer in de ondergrond, en ontbreekt het overzicht over waarvoor al die leidingen nu dienen, welke nog in gebruik zijn, en wie er verantwoordelijk voor is. Daarom wordt vandaag bijvoorbeeld ook nagedacht over een ruimtelijke planning voor de ondergrond. In een stad als Gent, waar ook nog eens heel wat archeologisch materiaal onder de grond zit, maakt dit de aanleg van nieuwe ondergrondse infrastructuur heel complex. Het zou dus niet slecht zijn strengere regels te ontwikkelen rond het beheer en het opruimen van ondergrondse leidingen. 

Of de transitie veel breekwerk vraagt bij mensen thuis, hangt af van de situatie en de gekozen warmte-oplossing. Als de ketel zich op het gelijkvloers, aan de straatkant, bevindt en je behoudt het bestaande verwarmingssysteem, kan de aansluiting op een warmtenet en de plaatsing van de warmtewisselaar een relatief beperkte ingreep zijn. Als men kiest voor een vergaande energetische renovatie, vloerverwarming, en een warmtepomp, dan is er natuurlijk heel wat meer werk.

Is de omschakeling naar een fossielvrije verwarming iets voor op korte termijn? De reeks “2030 is morgen”  in De Standaard beweerde van niet?
Overschakelen op een fossielvrij verwarmingssysteem vraagt wel wat tijd. Een gasketel gaat zo’n 15 jaar mee, een gasnetwerk wordt afgeschreven over een termijn van 50 jaar. Maar dat betekent niet dat we moeten wachten tot het alternatief beschikbaar is, we kunnen vandaag al heel wat doen. Investeren in renovatie en energie-efficiëntie is sowieso een goed idee. Het komt er bovendien op aan slim in te spelen op cruciale vervangingsmomenten, zowel op gebouw- als straatniveau. Je kan een alternatief introduceren wanneer de aardgasketel kapot is, wanneer men een huis renoveert, wanneer iemand verhuist. Je kan (ruimte voor een) warmteleiding voorzien wanneer een straat wordt heraangelegd. Soms moet je een periode overbruggen: wat moet je doen wanneer je ketel kapot is en er pas binnen drie jaar een warmteleiding wordt aangelegd in je straat? Dan kan je misschien even een tweedehands ketel huren of kopen totdat je aansluit op het warmtenet. Maar dat betekent niet dat we moeten wachten tot het alternatief beschikbaar is, we kunnen vandaag al heel wat doen.

Schermafdruk 2021 07 06 21 00 16

Hoe krijg je de sector mee? Brengen zij niet net een tegenovergestelde boodschap aan ‘Gent zonder gas’?
Een bedrijf als Fluvius is natuurlijk een cruciale speler in het huidige energiesysteem. Het beheert het elektriciteits- en aardgasnet, en is een publiek bedrijf in handen van alle Vlaamse gemeenten. Fluvius is door de Vlaamse wetgever lange tijd gestimuleerd om aardgasnetten aan te leggen, tot in elke uithoek van Vlaanderen. Die verplichting is ondertussen opgeheven, maar die investeringen, die publieke middelen zitten natuurlijk nog steeds ‘onder de grond’. Het is dus financieel niet evident om die infrastructuur zomaar uit te faseren. Fluvius zit daar in een moeilijke positie. Het bedrijf houdt voorlopig dus ‘alle opties open’. Fluvius ontwikkelt wel warmtenetten en profileert zich ook als partner voor gemeenten op dat vlak, maar doet dat meestal op locaties waar geen aardgasnet ligt. Tegelijkertijd worden bijvoorbeeld ook buurten uit de jaren ‘60 omgeschakeld van stookolie naar aardgas, en worden zo aansluitingen op het aardgasnet gemaximaliseerd. Fluvius neemt dus geen pro-actieve houding aan als cruciale speler in de warmtetransitie, en heeft geen toekomstvisie over hoe we in Vlaanderen fossielvrij gaan verwarmen. Een duidelijke ambitie op dat vlak ontbreekt ook op Vlaams niveau. Natuurlijk is het ook aan de steden en gemeenten, als aandeelhouders van Fluvius, om duidelijker te vragen naar duurzame oplossingen, en Fluvius niet enkel te zien als bron van gemeentelijke inkomsten. Een stad als Gent kan daarin zeker doorwegen en een voortrekkersrol opnemen. Want op zich heeft Fluvius wel heel wat expertise en ervaring als het aankomt op stedelijke energie-infrastructuur.

Lees hier alles over de Gentse gasloze ambities. Maar wij willen ook jouw stem horen! Zit jij met een prangende vraag, wil je een interessante visie delen of wil je zelf meehelpen om Gent aardgasvrij te maken? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Dit artikel werd geschreven door Veerle Vercruyce voor Frontaal (editie zomer 2021), het magazine van Gents MilieuFront. Wil je ook 4x per jaar inspirerende en kritische Frontaal-artikels lezen op papier of digitaal? Word nu lid van GMF en geniet van Frontaal en tal van andere fijne voordelen!

Foto's en illustraties: Noor Van Weverberg, Pixabay Piro4D (warmtepompen), Pixabay aïtoff (gas)

In de Frontaal editie winter 2021 gaven we het startschot voor onze artikelreeks ‘Gent zonder gas’. Frontaal wil in de komende edities de mogelijke scenario’s onder de loep nemen voor een toekomst zonder fossiele brandstoffen, dus zonder aardgas. We laten hierbij verschillende stemmen over het thema aan het woord. 

In deze editie spreken we met Lieven Demolder. Lieven is als bio-ingenieur werkzaam bij CEIP (Clean Energy Innovative Projects), een investeringsfonds dat via de duurzaamheidscoöperatie DuCoop volledige circulariteit wil nastreven in de woonwijk ‘Nieuwe Dokken’ in Gent.  Ze doen dit onder andere via een lage-temperatuur-warmtenet op industriële restwarmte, decentrale waterzuivering en waterhergebruik en slim gebruik van lokaal geproduceerde hernieuwbare energie. Daarnaast is hij ook vrijwilliger bij de Gentse burgercoöperatie Energent , waar hij onder andere meewerkte aan de projecten ‘Buurzame stroom’ en ‘community Virtual Powerplant’ (cVPP). Die initiatieven demonstreren energie-gemeenschappen, waarbij hernieuwbare energie wordt uitgewisseld in de Gentse Dampoortwijk. Zowel in zijn job als bij Energent vindt Lieven motivatie om de klimaatkwestie concreet en lokaal aan te pakken. 

Voor welke uitdaging staan we?
‘De uitdaging is groot. Met meer dan 10,8 ton CO2-eq. per inwoner/jaar behoort België bij de koplopers van de uitstoot wereldwijd. Bovendien ‘importeren’ we nog heel wat extra uitstoot via productie in het buitenland, die deels ook bestemd is voor de westerse markt.

Gent is met zijn zeehaven verantwoordelijk voor ongeveer een zevende van de CO2-uitstoot in Vlaanderen. Het klimaatplan vertegenwoordigt daarbij maar een klein stukje van de volledige uitstoot: 1,43 miljoen ton ten opzichte van 11,08 miljoen ton bij  energie-intensieve bedrijven op het Gentse grondgebied. Een groot deel van onze welvaart is afhankelijk van die bedrijven. Innovatieve en duurzame oplossingen vinden voor de energieproblematiek, en tegelijk ons consumptiegedrag in vraag durven stellen: die uitdagingen zullen de komende decennia onze agenda bepalen, als we ook als Gentenaars onze wereldwijde en historische verantwoordelijkheid willen opnemen.’ 

pexels chris leboutillier 6675078Wat is ETS?
Het Gentse klimaatplan gaat over alle uitstoot, behalve over die van de grootste havenbedrijven: die vallen onder het ETS-systeem. ETS staat voor ‘Emissions Trading System’ Voor 11.000 industriële installaties (energiecentrales, grote industrie, luchtvaart etc.) heeft Europa ETS in het leven geroepen: een emissiehandelssysteem met een eigen tijdspad voor uitstootbeperking. In totaal gaat het over ongeveer 40% van de globale CO2-uitstoot in de EU-27. Voor de havenstad Gent liggen de verhoudingen dus duidelijk anders! De overige (niet-ETS) uitstoot valt onder verantwoordelijkheid van de lidstaten en - op lokaal niveau - onder het burgemeestersconvenant.

Wat is jouw visie op de ambities in het Gentse klimaatplan 2020-2025?
‘Het Gentse klimaatplan 2020-2025 start vanuit de positieve resultaten die in de vorige twee periodes werden neergezet: een ambitieus tempo aanhouden in verregaande woningrenovaties, een bijkomende vergroting van de capaciteit voor zon- en windenergie en een ingrijpende mobiliteitsshift. Ook de verwarmingsrevolutie als radicale overgang naar fossielvrije warmtetoepassingen zal ons wellicht uit onze comfortzone duwen.’ 

‘Klimaatactie zou in elke beleidsbeslissing - zowel voor gemeentes, bedrijven als voor huishoudens - moeten worden vooropgesteld. Vandaag merk ik in het veld nog te veel goedkope excuses: de terugverdientijd van investeringsprojecten wordt in cijfers na de komma uitgerekend, terwijl duurzame projecten in het traject naar een CO2-neutrale samenleving de enige mogelijkheid zijn. Dat betekent uiteraard dat we een traject zullen moeten vinden dat rekening houdt met de financiële draagkracht van elke burger. Maar ik denk dat we als samenleving deze uitdaging wel aankunnen.’ 

Hoe ver staan we al volgens jou?
De geesten lijken gerijpt. De protesten van de klimaatjongeren hebben ertoe bijgedragen dat de klimaatverandering niet langer wordt ontkend. Het ontbreekt vaak nog aan een referentiekader om het moeilijk vatbare planetaire en geopolitieke probleem te kunnen vertalen naar individuele actie. De schaalbaarheid van Gent als stad en regio lijkt me heel aantrekkelijk om deze vertaalslag naar de burger te maken. Via lokale beleidsbeslissingen, individuele investeringen of participatie in lokale projecten - via burgercoöperaties als Energent bijvoorbeeld - wordt het effect van klimaatbeleid zeer tastbaar en wordt de grotere doelstelling concreet. De komende jaren komt het erop aan de volledige samenleving mee te trekken in deze klimaattransitie.’ 

Hoeveel sneller moeten we gaan?
‘Stad Gent is goed gestart met het project ‘Fossielvrije wijken’ door eerst met hoge resolutie de kwaliteit van de gebouwen en verwarmingstype in beeld te brengen en daarna een traject uit te stippelen voor energierenovatie en een CO2-neutrale verwarmingsoplossing. Daarnaast moet de uitstoot van mobiliteit worden aangepakt met een modal shift en de elektrificatie van het wagenpark.’

Gent Zonder Gas knoop 1

‘De grote uitdaging van de transitie naar een aardgasloze samenleving zit hem in de bronnen voor elektrificatie. Ook in Gent zal de sprong naar warmtepompen en elektrische voertuigen de vraag naar duurzame stroom opdrijven, tot 2-3 keer meer dan de 1400 GWh elektriciteit die we nu jaarlijks verbruiken. Een deel van deze stroom zullen we lokaal moeten produceren, via zonnepanelen of windturbines. Vooral dat laatste is niet altijd evident. Anderzijds zullen we ook stroom moeten invoeren vanop zee of uit het buitenland en oplossingen voorzien voor uitwisseling, opslag en efficiënt energiegebruik. Als laatste stap zullen we via ‘slimme’ energiesystemen ons verbruik beter moeten sturen in functie van de beschikbaarheid en de prijzen op de energiemarkt.’ 

‘De stad kan een ruimer partnerschap aangaan om burgers, bedrijven en verenigingen actiever te betrekken in de klimaattransitie. Zo kan de lokale klimaatuitdaging via een zogenaamd  ‘backcasting’-model beter in kaart worden gebracht. De noodzakelijke investeringen in energierenovatie en duurzame technologie in een helder tijdspad zetten kan enthousiasmerend werken en het draagvlak voor bv. windturbines vergroten.  Via innovatieve systemen (gebouwgeïntegreerde PV, energieopslag, -conversie, etc.)  kunnen we de energietransitie versnellen. Door de creativiteit in onze universiteiten, hogescholen, bedrijven en (culturele) verenigingen in te zetten in onderzoek en ontwikkeling en innovatieve projecten kan Gent zijn rol als innovatiehub uitspelen in een wereldwijde klimaattransitie.  De volledige renovatie van het Gentse patrimonium en energiesysteem zal meer dan 12 miljard euro investeringen vergen over een periode van 30 jaar: een heus relanceplan op zich. Waar wachten we nog op?’

Wat kunnen burgers doen op individueel niveau?
‘Ik sta wat sceptisch tegenover initiatieven die te veel klemtoon op individuele actie leggen zoals ‘dikketruiendag ’. De overheid zelf moet op cruciale punten haar verantwoordelijkheid opnemen en soms pijnlijke maar noodzakelijke beslissingen doorduwen. Je kan mensen wel helpen in een keuze. Als consument is het soms moeilijk om te weten welke aankoop echt duurzaam is. Door duidelijke en onafhankelijke informatieverstrekking (bv. via certificatiesystemen of duurzaamheidslabels) kunnen we betrouwbare keuzes maken voor ethische en duurzame producten.’ 

Lees hier meer over de Gentse gasloze ambities. Maar wij willen ook jouw stem horen! Zit jij met een prangende vraag, wil je een interessante visie delen of wil je zelf meehelpen om Gent aardgasvrij te maken? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 Dit artikel werd geschreven door Stefaan Claeys en Veerle Vercruyce voor Frontaal (editie lente 2021), het magazine van Gents MilieuFront. Wil je ook 4x per jaar inspirerende en kritische Frontaal-artikels lezen op papier of digitaal? Word nu lid van GMF en geniet van Frontaal en tal van andere fijne voordelen!

Foto's: Noor Van Weverberg, Pexels Chtis Leboutillier (fabrieken)

In eerdere Frontaals hebben we al even de technische en sociale dimensie van de warmtetransitie belicht. In deze editie benaderen we het vanuit de beleidshoek en spraken we met Gents schepen van Milieu, Klimaat, Wonen en Internationale Solidariteit Tine Heyse. Tine Heyse heeft de taak om voor Gent een strategie te bedenken om volledig fossielvrij te gaan.

Ambities
Gent legt de lat hoog in het klimaatplan 2020-2025: tegen 2030 40% minder broeikasgassen uitstoten, tegen 2050 volledig koolstofneutraal. Aanvankelijk waren deze ambities hoger dan deze van Europa, maar recent heeft Europa een wetsvoorstel goedgekeurd om tegen 2030 55% minder uit te stoten. Zal dit resulteren in een nieuw klimaatplan voor Gent?

“Het Gentse klimaatplan voldoet al aan de nieuwe Europese burgemeestersconvenant: 40% tegen 2030 en klimaatneutraal tegen 2050. Het klimaatplan 2020-2025 heeft wel een bredere ambitie. Zo zet dit klimaatplan sterk in op voeding en circulaire economie, thema’s die niet voorzien zijn binnen de doelstellingen van het burgemeestersconvenant. Als je dat zou tellen bij de CO2-winst die we behalen bij gebouwen, mobiliteit en bedrijven, komt die 55% wel in beeld. Maar consumptie is moeilijker uit te drukken in exacte cijfers van CO2-uitstoot. Uiteraard staan we te popelen om ook op het vlak van wonen en andere domeinen die 55% te behalen, maar als andere overheden niet mee marcheren, kan Stad Gent dat niet alleen waarmaken.”

Grote uitdaging
De schepen steekt niet onder stoelen of banken dat de warmtetransitie een gigantische uitdaging is waarin iedereen, ook de stad, nog volop zoekende is. “Het is een zeer complexe opgave op vele vlakken. Op technisch vlak weten we ongeveer wat de mogelijkheden zijn. Dan is het de afweging: waar leg je warmtenetten aan en waar het ‘andere’ - wellicht warmtepompen? Maar de grote vraag is: hoe krijg je iedereen mee? En wie betaalt? Zo’n omschakeling gaat gepaard met een enorme investering. Bij een warmtenet is dit collectief, maar bij warmtepompen ligt de financiële last bij het individu. En met dat laatste worstel ik: kan je dat bij het individu leggen?

De huidige gasprijs is daarbij ook een spelbreker. Gas is momenteel heel goedkoop in vergelijking met elektriciteit of warmte via een warmtenet. Dat zorgt ervoor dat warmtenetten en warmtepompen momenteel moeilijk rendabel te krijgen zijn. Op dat vlak staan de neuzen binnen de Vlaamse regering nog niet in dezelfde richting. Vergeleken met gas is elektriciteit veel duurder omdat de elektriciteitsfactuur van de consument voor 75% bestaat uit netkosten en allerlei heffingen. Bij aardgas of stookolie is dat veel minder. Nochtans moeten we in de toekomst voor verwarming en transport massaal overschakelen op elektriciteit. Maar met de huidige prijzen zijn fossiele brandstoffen aantrekkelijker dan elektriciteit. Het is aan de Vlaamse overheid om die verhouding juist te zetten.

Tot op heden wil Vlaams minister voor Energie Zuhal Demir nog niet de politieke keuze voor een taxshift maken van elektriciteit naar gas. Een verhoging van de gasprijzen - zelfs al dalen de elektriciteitsprijzen - is een keuze die niet populair maakt… Het heeft natuurlijk ook een sociale insteek. Mensen die het niet breed hebben, hebben natuurlijk niet meteen een warmtepomp staan. Als je de gasprijzen dan verdriedubbelt, jaag je voor hen op dit moment de kosten enorm de hoogte in. Een tax shift kan enkel met flankerende maatregelen. Sociaal kwetsbare gezinnen moeten steun krijgen om over te schakelen van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare alternatieven.

Ook distributienetbeheerder Fluvius heeft hier een belangrijke rol te spelen. Maar dat is niet eenvoudig. Fluvius heeft veel inkomsten van het gasnet, waardoor de overstap naar fossielvrije verwarming geen dwingende prioriteit is voor hen. Ergens hebben we er ook begrip voor, want op een bepaald moment werd Fluvius door Vlaanderen verplicht om tot in elke uithoek een aardgasnet aan te leggen. Twintig jaar geleden was de consensus dat overschakelen van stookolie naar aardgas de beste oplossing was. Nu is het inzicht gerijpt dat ook aardgas moet verdwijnen, maar de investeringen in de infrastructuur zijn ondertussen wel gedaan. Maar het is natuurlijk niet de richting die we uit willen op termijn. Daarom moeten we druk uitoefenen op Fluvius.”

pixabay energy efficiency 5973716 960 720

 

De belangrijkste stap: minder verbruiken
“Wat essentieel is en makkelijk voor een brede groep toegankelijk te maken, is iedereen helpen om minder te verbruiken. Dus je gebouwschil isoleren zodat je warmtevraag kleiner wordt. Dat is de eerste en de belangrijkste stap, ook sociaal gezien. Eigenlijk is van aardgas afgaan zelf pas de laatste stap. We hebben daar de laatste jaren heel veel over geleerd en we zetten daar als stad ook heel sterk op in. Met onder andere de werking van de Energiecentrale willen we mensen persoonlijk begeleiden in de energetische verbetering van hun gebouwschil.”

De stok vs. de wortel
“Maar voor de laatste stap, van gas af, zijn we als lokale overheid afhankelijk van andere overheden. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we hulpeloos zullen zitten wachten. We nemen hierin een lobbyrol op en eisen dat het verandert.
We werken dus in een context waar we weinig parameters in handen hebben. Het is roeien met de riemen die we hebben. Zolang die gasprijzen zo laag zijn, is het heel moeilijk om mensen over de streep te trekken.

Als stad hebben we geen ‘stokken’ om mensen te stimuleren, we kunnen het niet verplichten. We zouden enkel de isolatieplicht in huurwoningen kunnen afdwingen, maar dat doen we bewust niet omdat zich dan een sociaal drama zou ontplooien op de woonmarkt. Dus moeten we de ‘wortel’ gebruiken: mensen verleiden om mee te gaan in het verhaal, door hen financieel te ondersteunen en te ontzorgen. Dat vraagt natuurlijk veel meer geld, inspanning en maatwerk.”

Huurwoningen
Gents MilieuFront vraagt aan de schepen of huurwoningen geen stok zijn die de stad net wel in handen heeft. Om conform de huurwetgeving te zijn, moeten huurwoningen onder meer voorzien zijn van dakisolatie en dubbel glas. Wat als de stad een legertje ambtenaren op pad zou sturen om huurwoningen te controleren en de woningen die niet in orde zijn, ongeschikt zou verklaren voor verhuur?

“Dan zal het daklozencijfer flink de lucht ingaan. Dat zou geen sociaal beleid zijn. Het risico is groot dat het de huurders zijn die hier de dupe van zullen worden. Ofwel gaan de huurprijzen de hoogte in, ofwel zullen er veel huurwoningen worden verkocht. En dat moet, gezien de kwetsbaarheid van veel huurders, echt worden vermeden. Als je de markt zou laten spelen, krijg je sociale drama’s. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat we er niets aan doen, maar we willen dit op een sociaal verantwoorde manier doen. Het komt erop aan een middel te vinden waardoor je zowel sociaal als ecologisch vooruitgaat. Dat is veel moeilijker en vraagt maatwerk, maar het zij zo. Zo hebben we het Verhuurderspunt opgericht om verhuurders te ondersteunen met premies en ontzorging  als ze hun woningen energetisch conform maken. Daarnaast zetten we ook in op sociale verhuurwoningen en budgethuurwoningen. In beide gevallen gaat het dus over zacht dwingen: je krijgt steun, maar er staat iets voor in de plaats.

gent zonder gas

 

Pilootprojecten
De stad is ook volop bezig met het onderzoeken wat nu de beste optie voor fossielvrije verwarming is per wijk. Dit doet ze via twee pilootprojecten in Mariakerke en Muide-Meulestede. Op die manier wil de stad een helder doel stellen voor de bewoners. “We hebben al heel veel lessen kunnen trekken uit deze twee wijken. Maar het is niet zo dat hieruit al de mirakeloplossing gekomen is. We beschouwen de onderzoeken in deze wijken als een experiment. De dingen die we hier leren, kunnen we toepassen op de hele stad.

We hebben deze wijken gekozen, omdat ze heel verschillend zijn op veel vlakken. Mariakerke is gemiddeld gezien ietsje rijker en is vooral een residentiële wijk, waar geen restwarmtebron ter beschikking is. Daar zullen we dus moeten terugvallen op warmtepompen, die eventueel wel op een collectief BEO-veld kunnen aangesloten zijn. Muide-Meulestede heeft gemiddeld gezien een iets armere bevolking en is veel denser bebouwd. Ook is er daar een combinatie van wonen en bedrijven. Een warmtenet zou daar wel mogelijk kunnen zijn. Momenteel zijn we aan het onderzoeken of er een warmtenet kan aangelegd worden dat gevoed wordt met de restwarmte van het bedrijf Rousselot.

Warmtenetten zijn echter enorm complex op vele vlakken. De eerste vraag is, wie gaat heel die infrastructuur in de grond betalen? Maar nog belangrijker: hoe vind je duurzame warmte om deze netten te voeden? Is die warmte fossielvrij opgewekt? In Scandinavië, waar ze heel ver staan op vlak van warmtenetten, is dat niet altijd het geval. En als je restwarmte gebruikt, hoelang zal die warmte beschikbaar zijn? Als je rekent op de restwarmte van een bedrijf, maar dat bedrijf sluit na 20 jaar, heb je een groot probleem.

Het is niet evident om warmtenetten voor woningen rendabel te maken, zelfs in een dichtbebouwde stad. Een warmtenet kost ongeveer 1 miljoen euro per km en 10.000 euro per huisaansluiting. De prijs van een huisaansluiting en een warmtepomp ligt dus niet ver uiteen. Het zou kunnen dat iedereen een gratis warmtepomp geven, goedkoper zal zijn. Ook is het zo dat een gasaansluiting nog steeds grotendeels gesubsidieerd is door de Vlaamse overheid, en de aansluiting aan een warmtenet niet.

Verder kan het ook interessanter zijn om de restwarmte al dichterbij de bron te gaan gebruiken, bijvoorbeeld in een ziekenhuis of een bedrijf. De haven is ook volop bezig met in kaart te brengen waar de mogelijke bronnen en verbruikers zitten. Dat is het laaghangende fruit. De warmte gaat dan niet naar de huizen, maar wellicht besparen we meer CO2 door bedrijven van het gas af te halen. Met ArcelorMittal zou je heel Gent kunnen verwarmen, maar zo eenvoudig is het niet. De afstand tot de bron mag niet te groot zijn omwille van de warmteverliezen. We moeten de warmte gebruiken waar de vraag het grootst is en waar het minste warmte beschikbaar is. Ook is het economisch interessanter om meteen één grote afnemer aan te sluiten, dan vele kleintjes. Warmtenetten zijn dus een middel, maar niet het doel op zich. Als er economisch en CO2-uitstootgewijs geen voordeel is, dan heeft het geen zin en moeten we naar andere oplossingen kijken.”

Inspiratie uit binnen- en buitenland
“Ik ben groot voorstander van uitwisselen en samenwerking met andere steden. Vanuit mijn voorzitterschap van Climate Alliance [1] zet ik hier ook op in. Maar wat wel belangrijk is, is dat je het kunt vertalen naar je eigen context. Er zijn heel veel Scandinavische voorbeelden, maar deze zijn moeilijk vertaalbaar naar onze context omdat de overheid daar helemaal anders in elkaar zit. Daar heeft de overheid veel meer in handen. Met het Scandinavisch model zijn we dus weinig in Gent. Vandaar dat het belangrijk is dat Vlaamse steden samenwerken, omdat je dan wel in dezelfde context zit. Helaas gebeurt dat op vandaag te weinig. Ik zou graag hebben dat er een Vlaams klimaatverbond zou ontstaan, zodat we meer een front vormen. Binnen de VVSG[2] werd er wel een klimaatcel opgericht. Een van de pijlers is het opstellen van een warmtekaart en een warmtestrategie voor elke gemeente.”

Voorbeeldprojecten
“Ik hecht veel belang aan voorbeeldprojecten. Dit zijn de plekken waar we kunnen leren door het te doen. Zo is er bijvoorbeeld in Gent het nieuwbouwproject met sociale woningen van ABC, dat zal aangesloten worden op het warmtenet van EDF-Luminus, de circulaire wijk De Nieuwe Dokken en het gasloze cohousingproject Bijgaardehof, dat verwarmd wordt via warmtepompen op een BEO-veld. Bij al die projecten lag de stad mee aan de basis.”

Boodschap voor Gentenaars
“De boodschap die ik wil meegeven aan de Gentenaars is om in eerste instantie in te zetten op het verlagen van je verbruik. Zorg dat je door je woning goed te isoleren je verbruik tot twee derde kan verminderen. Zet je daarbij niet vast voor de toekomst. Daarmee bedoel ik: maak nu geen keuzes die dingen in de toekomst onmogelijk zullen maken. Als je een ketel plaatst, zorg dat je toegang hebt vanaf de straat, zodat een eventuele toekomstige aansluiting op een warmtenet geen breekwerken meer betekent in de toekomst.

Ik wil ook graag een oproep doen, in het bijzonder aan de leden van GentsMilieuFront: weeg voor jezelf af of je een pioniersrol kan opnemen. Mensen die het financiële vermogen hebben om een warmtepomp te plaatsen of hun woning zelfs helemaal klimaatneutraal te maken, zouden hierin kunnen investeren. Misschien kan dat ook betekenen dat je de keuze moet maken tussen nu een nieuwe keuken of een duurzame verwarming. Ik hoop dat er mensen zijn die durven die pioniersrol opnemen. Ik ga dat niemand kwalijk nemen aan wie het vermogen niet heeft. Maar ik hoop wel dat mensen die de mogelijkheid hebben, de pioniersrol durven opnemen. Net zoals toen de zonnepanelen nog duur waren, en toch mensen dit deden.

[1] Climate Alliance is het grootste Europese stedennetwerk gewijd aan klimaatactie. Het bestaat uit steden en gemeenten uit 27 Europese landen. Gent is lid sinds 1997.
[2] Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten

Lees hier meer over de Gentse gasloze ambities. Maar wij willen ook jouw stem horen! Zit jij met een prangende vraag, wil je een interessante visie delen of wil je zelf meehelpen om Gent aardgasvrij te maken? Stuur een mailtje naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

 Dit artikel werd geschreven door Stefaan Claeys en Veerle Vercruyce voor Frontaal (editie herfst 2021), het magazine van Gents MilieuFront. Wil je ook 4x per jaar inspirerende en kritische Frontaal-artikels lezen op papier of digitaal? Word nu lid van GMF en geniet van Frontaal en tal van andere fijne voordelen!

Foto's: Noor Van Weverberg, illustratie isolatie Pixabay mvopro

 

13 oktober 2021 om 21u20

Biotope Circulair

Van brownfield tot aantrekkelijk wonen voor cohousinggroep BioTope

 

MilieuAdviesWinkel vertaalt de circulaire principes van cohousingproject “Het Bijgaardehof” in informatieve fiches en demonstratiemomenten voor toekomstige bouwheren en bouwprofessionals.

De cohousinggroep Biotope bestaat uit 19 gezinnen. Samen met drie andere partijen bouwden ze aan het Bijgaardehof, een groots collectief woonproject op een brownfield aan het Bijgaardepark in Gent. De vervallen Malmarfabriek is omgevormd  tot 59 woonunits en een wijkgezondheidscentrum. Vanuit hun visie op duurzaamheid, was het voor de cohousing Biotope (19 woonunits) een evidente keuze om te bouwen volgens de principes van de circulariteit. Om dat te realiseren, waren ze als bouwheer intens betrokken bij het ontwerp- en bouwproces. Daardoor hebben ze een schat aan ervaring opgebouwd die ze willen delen.

https://bouwen.vlaanderen-circulair.be/nl 

De MilieuAdviesWinkel verzorgt de projectcoördinatie en ondersteunt de cohousinggroep bij de vertaling van de circulaire principes in concrete fiches en demomenten. Het project werkt rond drie hoofdthema’s:

1. hoe omgaan met brownfield als terrein voor een circulair bouwproject,
2. een slim gebouw met optimalisatie van materiaalgebruik doorheen de levenscyclus,
3. demonstratie van circulaire innovatieve bouwtechnieken.

We richten ons tot andere bouwheren, de bouwsector en overheden. Op de eerste plaats zullen haar leerlessen toepasbaar zijn in gelijkaardige cohousingprojecten, maar vaak zijn ze ook relevant voor andere (collectieve) woongebouwen en soms zelfs voor bouwheren van individuele woningen. 

De cohousinggroep hoopt via de producten van dit project zoveel mogelijk mensen te inspireren, informeren en concrete handvaten aan te bieden om circulaire ideeën te implementeren in hun bouwprojecten.

Deze poster geeft een overzicht van het project. 

Vier korte filmpjes geven je al een eerste zicht op de circulaire principes en ons project.
Bekijk de 4 filmpjes via onderstaande linken:
Deel 1: Hergebruik van materialen, muren en grond: https://vimeo.com/893916198/de796270e7?share=copy
Deel 2: Fauna, flora en tuin: https://vimeo.com/893916637/45ee9b02c6?share=copy
Deel 3: Ontsluiting en circulatie: https://vimeo.com/893917013/546bceb66a?share=copy
Deel 4: Bodemwarmte en hemelwater: https://vimeo.com/893920773/ce6e04be88?share=copy

 

9 FICHES MET LEERLESSEN

Elke fiche is op eenzelfde wijze opgebouwd:

  1. Situatie voor aanvang werken, met stand van zaken, potenties, hinderpalen, wetgeving

  2. Aanpak met genomen keuzes, voorwaarden opgelegd in omgevingsvergunning, uitvoeringswijze en investering - kostprijs lange termijn

  3. Aanbevelingen toekomstige bouwheren met  meerwaarde, barrières, technische voorwaarden en vereisten, benodigd vakmanschap, inschatting budget

Onderwerpen van de fiches: (je kan de fiches raadplegen door er op te klikken)

       0.  Algemeen

  1. Ontsluiting

  2. Behoud bestaande muren

  3. Hergebruik materiaal 

  4. Fauna & flora

  5. Grondbalans

  6. Toegankelijkheid

  7. Flexibel gebouw

  8. Circulair bodemwarmte

  9. Circulair water / hemelwaterneutraliteit

 

2. DEMOPROJECTEN

  1. Bovengronds regenwatersysteem

  2. Circulaire bodemwarmte

 

DEMOMOMENTEN - RONDLEIDINGEN

Op vrijdag 21 april en zaterdag 22 april organiseerden we 4 sessies. Hierbij de link naar de presentatie en de foto’s

 

EINDRAPPORT

 

VC logo liggend NL 4       NL Gefinancierd door de Europese Unie POS 2

 

13 oktober 2021 om 21u19

Biotopen

13 oktober 2021 om 21u19

Projecten

29 juni 2020 om 16u03

Hou je huis koel

De MilieuAdviesWinkel werkte in opdracht van de Provincie Oost-Vlaanderen een studie uit over hoe je in tijden van klimaatopwarming je huis koel kan houden. 

De voorbije zomers kregen we regelmatig te maken met hittegolven. We krijgen een klimaat van meer extremen: te nat in de winter, te warm en te droog in de zomer. In huis kan de temperatuur dan enorm oplopen met slapeloze nachten en lome dagen tot gevolg. Gelukkig zijn er een aantal maatregelen die je kan toepassen om je woning voor te bereiden op de hete zomers. We bespreken de bouwkundige maatregelen en de technieken die je kan toepassen op je woning. De focus ligt op residentiële gebouwen en op de aanpassing van bestaande woningen. Er werd een infonota en een schema ontwikkeld met de mogelijke maatregelen om het zomercomfort op peil te houden 

Zorg er eerst voor dat de hitte niet kan binnenkomen in de woning. Meest effectief daarvoor zijn: een koele omgeving creëren rond je woning met planten en bomen, buitenzonwering voorzien en 's nachts intensief natuurlijk ventileren. Vervolgens kan je ook maatregelen nemen aan buitenmuren en daken om de hitte verder buiten te houden. Als het binnen onvermijdelijk toch opwarmt, zijn er verschillende koeltechnieken die je kan toepassen. Passieve technieken genieten daarbij de voorkeur, gezien het lagere energieverbruik. Airco gebruik je best niet. Per maatregel is er meer informatie te vinden in de infonota. 

Je vindt alles op de website bouwwijs.be/houjehuiskoel.

Dit project kwam tot stand in in het kader van het Interreg 2 Zeeën project Cool Towns. Meer info op https://www.cooltowns.eu/

interreg cooltowns 0

Vlaams parlementslid voor CD&V Robert Bothuyne stelt in een interview met De Morgen de nieuwe isolatienorm 2021 in vraag.

"De vraag is of de maatregel zijn doel niet voorbijschiet. Het gevaar is dat mensen een groter deel van hun budget moeten besteden aan hun ruwbouw, waardoor ze minder geld overhouden om te investeren in duurzame energiesystemen.

"Nieuwbouwwoningen zijn per definitie de meest energiezuinige op de markt. Ze ontbetaalbaar maken voor modale gezinnen is maatschappelijk noch ecologisch een goede zet.”

(Klik hier voor het volledige artikel in De Morgen: https://www.demorgen.be/nieuws/heibel-over-nieuwe-isolatienorm-huis-bouwen-wordt-tot-10-procent-duurder~b55113f9/?utm_source=browser_push&utm_medium=push&utm_campaign=pushnotificaties)

 

Wij hebben enkele bedenkingen:

- Duurzame energiesystemen zoals een warmtepomp hebben pas zin als de warmtevraag eerst gereduceerd wordt. De woning goed isoleren is dus van cruciaal belang zowel bij nieuwbouw als bij renovatie.

- Nieuwbouwwoningen zijn meestal vrijstaande woningen, dus met een groter verliesoppervlak in vergelijking met rijwoningen.

- Nieuwbouwwoningen worden meestal gebouwd in nieuwe verkavelingen. Dit betekent extra kilometers wegen, waterleiding, elektriciteitskabels en gasbuizen en vaak ook extra autogebruik. Als je dan rekening houdt met de afgeleide CO2-productie is dit helemaal niet energiezuinig.

 

Conclusie:

- De normen moeten niet afgezwakt worden. Isoleren en duurzame energiesystemen op basis van hernieuwbare energie moeten betaalbaar gemaakt worden.

- Een goede ruimtelijke planning is minstens even belangrijk. Dringend werk maken van de betonstop dus.

 

 

Pagina 1 van 4

Facebook

Steun ons en word lid van Gents MilieuFront

De MilieuAdviesWinkel is het servicepunt duurzaam wonen en bouwen van Gents MilieuFront.
Voor slechts 5 euro per jaar ben je lid en steun je onze werking. Lees er meer over op de website van Gents MilieuFront vzw.

GMFlogowit

Over ons

De MilieuAdviesWinkel is het servicepunt duurzaam wonen en bouwen van het Gents MilieuFront (GMF vzw).

Sinds 2002 geven wij duurzaam (ver)bouwadvies aan particulieren en lokale besturen en zijn daarmee pionier in Vlaanderen!

Contact Info