Mobiliteit > Tram De tram is terug in
In tal van steden verovert de tram weer terrein. In Gent rijdt de tram weer
door de Voskeslaan. Er zijn ook lijnen doorgetrokken naar Evergem en
Melle-Leeuw, Zwijaarde en Flanders Expo. In Antwerpen is de tramlijn naar
Linkeroever een overweldigd succes, de verlenging van de tramlijn naar
Mortsel-Boechout is gestart. In Frankrijk wordt de tram stad na stad met
overweldigd succes opnieuw ingevoerd. Na Grenoble en Straatsbrug is in de herfst
Bordeaux aan de beurt. Daar begint men meteen met drie gloednieuw aangelegde
lijnen. En ook in de buitensteden van Parijs is de tram opnieuw opgedoken.
Elders wordt druk gepraat over sneltramlijnen die buiten de stad op het
spoorwegennet rijden. Het gebeurt al in Karlsruhe, in Frankrijk droomt de SNCF
er al volop over.
Ook elders is de tram opnieuw in.
De tram heeft heel wat voordelen ten opzichte van de (trolley)bus.
Traditioneel zijn de voordelen van de tram de grote capaciteit, het geringe
ruimtebeslag en het lager energiegebruik per reiziger-kilometer dan een bus.
Bovendien is er nu een nieuwe generatie van lagevloertrams ontwikkeld met zeer
groot comfort. In Gent is dat de Hermelijntram.
De Hermelijn kan 80% meer reizigers vervoeren dan een gelede bus en bijna
drie keer meer reizigers dan een gewone bus. Wanneer de verkeersstromen te groot
worden, is de inzet van bussen niet meer te verantwoorden. Ze moeten elkaar te
snel opvolgen wat de verkeersleefbaarheid niet ten goede komt (colonne-effect
door teveel bussen op eenzelfde route). Bovendien is een kwaliteitsvolle
exploitatie niet mogelijk wanneer de tussentijd tussen opeenvolgende bussen te
klein wordt.
Trams zijn bovendien smaller dan Trolleybussen en kunnen
dus - in tegenstelling met wat algemeen wordt gedacht - gemakkelijker door
smalle straten. Het zijn eerder de bochten die het probleem vormen. Maar ook
gelede bussen hebben het daar moeilijk mee.
Bussen hebben bovendien veel
sneller last van verouderingsverschijnselen. Een bus moet om de veertien jaar
vervangen worden, een tram haalt rustig de dertig jaar en is dan nog in vele
gevallen renoveerbaar.
Lawaai en trillingen
Toch is er meestal verzet tegen de aanleg van een tramlijn. Er is uiteraard
hinder. Lawaai is er vooral in de bochten en waar er wissels zijn. Maar de
nieuwe trams zijn voor de rest vrij geruisloos. Trillingen zijn kort van duur en
zeker niet groter dan wat bussen bij stilstand of manoeuvres produceren. Er zijn
dikwijls even grote protesten tegen nieuwe busroutes.
Vergeten we niet dat
zonder openbaar vervoer de verkeersleefbaarheid helemaal om zeep is. De
achtergrondlawaai in steden is voor het grootste deel terug te brengen tot het
autoverkeer.
Knelpunt
Voornaamste knelpunt is dat de tram zich ook aan de stad moet aanpassen. De
vrijgeleide o.a. aan zebrapaden is niet meer van deze tijd. En het wordt ook
tijd dat er meer respect en begrip groeit tussen trambestuurders en fietsers. Ze
leveren immers allebei een essentieel onderdeel voor meer verkeersleefbaarheid
in de stad.
Studies hebben uitgewezen dat de verdubbeling van het aantal reizigers op het
openbaar vervoer het meeste kans op succes heeft via de uitbouw van een tramnet
over het hele stedelijk gebied.
Bron: openbaar vervoerspecialist Marc Heughebaert.
|