Duurzame artikelen > FA: Bisfenol A Bisfenol A: Plastiek in mijn drank? (FRONTAAL-ARTIKEL maart 2004)
Bisfenol A - de laatste tijd vaak in de media omwille van zijn mogelijke effecten op gezondheid en milieu - is de belangrijkste component bij het bereiden van polycarbonaat plastiek: ‘harde’ plastiek. Er is een markt mee gemoeid van rechtstreeks ongeveer 1,7 miljard euro per jaar en onrechtstreeks vele tientallen miljarden per jaar (verpakkingsmateriaal, cd’s, computers…). Volgens overheid en industrie zijn er onvoldoende bewijzen dat dit product nadelig is, volgens drukkingsgroepen zijn er wel degelijk sterke aanwijzingen dat bisfenol A effecten op de gezondheid heeft.
Hoewel polycarbonaten duurder zijn dan de meeste andere plastics, zijn ze toch bijzonder aantrekkelijk: ze breken zeer moeilijk, ze hebben een hoge smelttemperatuur en kunnen in zeer veel kleuren geproduceerd worden. Normaal gezien is bisfenol A inert en gebonden aanwezig in polycarbonaat of epoxyharsen, maar het blijkt (na verloop van tijd) ook te kunnen ‘lekken’ uit deze verbindingen. Belangrijk in de controverse rond het product zijn de toepassingen waarbij het in aanraking komt met voedsel of drank: verpakkingen (herbruikbare polycarbonaat-flessen en bekers, het laagje aan de binnenkant van blik, diepvriesmaaltijden, gerecycleerd papier, papflessen...). Bij sommige van deze toepassingen wordt het polycarbonaat bovendien verwarmd (papflessen, microgolfmaaltijden), hetgeen het risico op ‘lekken’ van bisfenol A verhoogt.

De structuurformule van bisfenol A (hierboven) en van 17beta-oestradiol (hieronder) lijken sterk op elkaar. Ons lichaam kan ze niet van elkaar onderscheiden. Zo krijgt bisfenol A de eigenschappen van een oestrogeen.
Bisfenol A in cijfers
Productie: 2 miljoen ton per jaar
65 % voor polycarbonaatplastiek
25 % voor epoxyharsen
10 % andere producten zoals vlamvertragers
Te vinden in auto-onderdelen, bij ruimtevaart, als stabilisator in pvc, in gsm’s, blikjes, tandvullingen, computers, cd’s…
Lage dosis
Het probleem met bisfenol A is dat het een product is met oestrogene werking. Het bootst met andere woorden de werking van het vrouwelijk voortplantingshormoon 17beta-oestradiol na. In de meeste onderzoeken waarbij tot nu toe nadelige effecten van bisfenol A werden aangetoond, zijn (zeer) hoge dosissen gebruikt. Effecten van lage dosissen bisfenol A zijn nog maar een aantal keer aangetoond en zijn bovendien vaak zeer omstreden.
Het debat rond bisfenol A begon pas goed in 1997 toen effecten gevonden werden op muizen bij lage dosissen. Hoewel deze studie werd bedolven onder de kritiek (slechts 7 dieren werden geanalyseerd en de resultaten konden niet worden herhaald), was dit de aanleiding voor een hele reeks onderzoeken.
Over de effecten van bisfenol A is ondertussen een massa literatuur beschikbaar en zowel via in vitro (in proefbuizen) als in vivo (met proefdieren) onderzoek werden tal van effecten van bisfenol A gevonden. In vivo effecten beschreven bij lage dosissen bisfenol A, zijn echter nog nooit herhaald in verschillende labo’s, dus de effecten die men vond in één welbepaald labo, konden niet worden herhaald door een ander labo. Het is zelfs zo dat slechts één onderzoek in hetzelfde labo kon worden herhaald met dezelfde resultaten als gevolg. Dit toont onmiddellijk aan waarom er zoveel onenigheid rond bisfenol A is. De industrie is geneigd om te zeggen dat er onvoldoende bewijzen zijn dat bisfenol A schadelijk is bij lage dosissen; drukkingsgroepen zijn dan weer eerder geneigd om uit die resultaten te besluiten dat bisfenol A een bijzonder gevaarlijk product is, dat zo snel mogelijk gebannen moet worden uit bepaalde toepassingen.
De vraag blijft natuurlijk waarom sommigen wél effecten vinden bij lage dosissen en anderen niet. Misschien kan een deel van de verklaring gevonden worden in een WWF-studie over passief roken. Hieruit bleek dat auteurs die niets met de tabaksindustrie te maken hebben, 88 keer meer tot de conclusie komen dat passief roken schadelijk is dan onderzoekers die wel op de één of andere manier met de tabaksindustrie te maken hebben… Misschien geldt hetzelfde voor bisfenol A en zijn sommige onderzoekers ‘bevooroordeeld’ en meer geneigd effecten te zien bij lage dosissen of juist geen effecten te zien. Het is dus van belang dat duidelijk wordt aangetoond wat de banden zijn van de onderzoekers met industrie/drukkingsgroepen/overheid…
Oestrogene werking
Waarvoor moet je je nu vooral ‘ongerust’ maken. Volgende effecten van bisfenol A zijn beschreven: lager teelbalgewicht en gewijzigde spermaproductie, veranderd gedrag, gewichtstoename, verminderde spermaproductie, toename van agressie, prostaatgroei, effecten op vruchtbaarheid… bij ratten en muizen. Hoe men deze resultaten naar de mens moet extrapoleren, is veelal niet duidelijk.
Wetenschappers vermoeden momenteel dat volwassenen vrij ongevoelig zijn voor de effecten van bisfenol A onder andere omdat bisfenol A relatief snel verwijderd wordt uit het lichaam. Foetussen en kinderen zouden echter veel gevoeliger zijn voor bisfenol A.
Zo werkt de placenta niet als een barrière voor bisfenol A. Wanneer een zwangere vrouw wordt blootgesteld aan bisfenol A, zal dit vrij snel uit haar lichaam verdwijnen, maar niet voordat een deel ervan ook bij de ontwikkelende foetus terechtkomt.
Ook uit de foetus zal bisfenol A verwijderd worden, maar wanneer blootstelling gebeurt net tijdens een zeer gevoelig ontwikkelingsstadium, zouden de gevolgen groter kunnen zijn dan men op basis van onderzoek bij volwassen dieren zou inschatten. Een probleem hierbij is dat men vrijwel nooit een oorzakelijk verband tussen mogelijke afwijkingen bij de foetus en bisfenol A zal vinden, juist omdat bisfenol A zo snel uit de moeder verwijderd wordt en hoogstwaarschijnlijk weinig of geen effecten bij de moeder veroorzaakt. Blootstelling en effecten kunnen dus niet gemakkelijk aan elkaar gelinkt worden. Foetussen en ontwikkelende kinderen zijn het meest vatbaar voor effecten van producten met hormoonverstorende werking.
De nieuwe polycarbonaat-plastiek lekt weinig of geen bisfenol A.
Bij opwarming en sterilisatie (diepvriesmaaltijd, papfles) zou dit, bij oude plastiek, wel het geval kunnen.
Foto: Philippe Somers
In contact komen
Blootstelling aan bisfenol A kan dus op verschillende manieren gebeuren: via medische behandelingen, vullen van gaatjes in tanden, via voedsel, drank…
Bronnen
- Endocrine/Estrogen Letter, vol. 9, nr. 2-3. Yoshinaga J. 2003.
- Assessment of exposure to bisphenol A. Proceedings 10th meeting of the Japan Society of endocrine disrupters research. January 31, 2003.
- Vethaak A.D., Rijs G.B.J., Schrap S.M., Ruiter M., Gerritsen A., Lahr J. 2002.
- Estrogens and xeno-estrogens in the aquatic environment of the Netherlands. Occurrence, potency and biological effects. RIZA/RIKZ report 2002.001.
Interessante websites
FRONTAAL is het tijdschrift voor leden van het Gents MilieuFront vzw, initiatiefnemer van de MilieuAdviesWinkel.
|