| Bouwen en wonen > Wonen > Energietips! > Ventilatie > Open ramen Laat de ramen niet de hele dag op kipstand of open staan als de buitentemperatuur behoorlijk laag is.
Als de ramen urenlang openstaan, krijg je zeker genoeg frisse lucht naar binnen, maar je energiefactuur zal ook de hoogte ingaan. Niet alleen koelen de muren af en duurt het langer om de ruimte nadien op te warmen, vaak wordt warme lucht uit de benedenruimte via spleten onder de deuren aangezogen (schouweffect) en verdwijnt deze warmte naar buiten. Dit schouweffect wordt versterkt als er een open trap is.
Dit wil zeker niet zeggen dat alles volledig dicht moet afgesloten worden, maar wel dat er op een gecontroleerde manier moet geventileerd worden in functie van de behoefte.
Het is beter om de ramen een kwartier volledig open te zetten. Een kwartier (bvb. 's morgens na het opstaan en 's avonds kort voor het slapengaan, eventueel aangevuld met enkele supplementaire luchtingsbeurten) is voldoende om voldoende verse lucht binnen te krijgen. Enkel het aanwezige volume lucht wordt vervangen en de muren krijgen de kans niet om af te koelen. De verse lucht wordt dan in een mum van tijd opgewarmd door de opgeslagen warmte in de muren.
Terwijl je dat doet, zet je natuurlijk de verwarming uit.
Als je een zeer goede controle wil hebben op de ventilatie, dan zijn raamroosters hiervoor bijzonder geschikt. Die zijn in verschillende standen te zetten afhankelijk van de nood, van een minimumstand voor continue verluchting tot een maximumstand voor grotere luchtvervuiling (bv. bij bezoek of na een feest).
Raamroosters zorgen er ook voor dat er niet onnodig veel warmte door de ramen verloren gaat, maar dat enkel een gepaste hoeveelheid warme binnenlucht wordt vervangen door verse buitenlucht. |