terug naar startpagina home  sitemap  organisatie  contact  feedback
- MilieuAdviesWinkel -
- Bouwen en wonen -
 Duurzaam bouwen
 Welke vragen eerst?
 Bouwtips
 Materialen en constructie
 Materialen algemeen
 Schrijnwerk + glas
 Leidingen
 Plafond en wand
 Vloeren
 Naden en kieren
 Muren en Gevels
 Daken
 Constructie
 Groendaken
 Voordelen
 Nadelen
 Soorten
 Opbouw
 Onderhoud
 Extra gewicht
 Premies
 Rond jouw huis
 Bouwblogs
 Wonen
- Duurzame artikelen -
- Mobiliteit -
- Afval -
- Voeding -
- Tuin -
- Luiers en textiel -
- Ethisch bankieren -
- WisselStroom -
- Links -
Zoeken

De MilieuAdviesWinkel is een project van het
Gents MilieuFront Klik hier voor meer informatie
Bouwen en wonen > Duurzaam bouwen > Materialen en constructie > Daken > Groendaken > Opbouw

 

opbouw

Controleer vooraf op lekken
Vóór de aanleg van het groendak is het raadzaam het dak goed te controleren op waterdichtheid. Constateer je een lek als het begroeide dak al is aangeplant, dan is het geen sinecure de oorzaak te vinden.

Opeenvolgende lagen vanaf de dakbedekking

 

Bron tekening: Bouwteams van Dialoog
www.dialoog.be

1. De vegetatielaag of groeilaag (beplanting).
2. De substraatlaag: voedingsbodem voor de beplanting (daktuin substraat)
3. De drainagelaag voor het afvoeren van overtollig regenwater (bijvoorbeeld kunststof of kleikorrels).
4. Scheidingslaag
5. Bij een omgekeerd dak wordt daarboven een waterbestendige isolatielaag aangebracht. Bij de andere daksoorten (bijvoorbeeld warm dak) gebeurt dit niet.
6. Wortelbestendige beschermlaag (zoals EPDM-folie) ter bescherming tegen eventuele mechanische beschadigingen.
7. Afdichting (waterdichte laag)


In de praktijk is gebleken dat de groeilaag, de drainagelaag en de waterbuffering best van elkaar gescheiden zijn. In de groeilaag bevinden zich namelijk fijne deeltjes en humus, die na enige tijd de afvoer van het regenwater kunnen blokkeren. Het scheiden van groeilaag en drainagelaag kan gebeuren door een filtervlies.

Om het gewicht van grotere daktuinen te verminderen, kan je de grond vervangen door geëxpandeerde kleikorrels. Die kleikorrels doen tegelijkertijd dienst als drainage. Bij deze begroening moet extra aandacht worden besteed aan het plantensubstraat (het daktuin substraat), de voedingsstoffen en het draineersysteem.

Boompjes, struiken en heesters hebben al snel veertig tot vijftig centimeter substraat nodig. Voor grotere bomen is een dikte van een meter vereist. Dikwijls wordt in de substraatlaag een verankeringsnet ingebouwd, zodat de planten zich beter kunnen vasthechten. Hoe groter de begroening, hoe groter immers het effect van de wind.

De substraatlaag dient om de planten mechanisch te bevestigen en te voeden. De drainagelaag is bedoeld voor het filteren en het afvoeren van overtollig regenwater, zodat het water niet verzuurt.

Van groot belang is ook de soort isolatie. Eenmaal de beplanting is aangebracht, is deze immers niet meer te bereiken. Voor deze toepassing worden kunststofmaterialen gebruikt zoals XPS. Belangrijk is dat het isolatiemateriaal duurzaam is, zijn isolatiewaarde blijft behouden en drukvast is.