terug naar startpagina home  sitemap  organisatie  contact  feedback
- MilieuAdviesWinkel -
- Bouwen en wonen -
 Duurzaam bouwen
 Welke vragen eerst?
 Bouwtips
 Isolatie
 Ventilatie
 Verwarming
 Tips bij bouwontwerp
 Tips bij aankoop
 Tips bij gebruik
 Brandstofkeuze
 Verwarmingssystemen
 Verwarmingsinstallatie
 Verwarmingstoestel
 afgifte-elementen
 regeling
 Warm Water
 Water
 Elektriciteit
 Materialen en constructie
 Rond jouw huis
 Bouwblogs
 Wonen
- Duurzame artikelen -
- Mobiliteit -
- Afval -
- Voeding -
- Tuin -
- Luiers en textiel -
- Ethisch bankieren -
- WisselStroom -
- Links -
Zoeken

De MilieuAdviesWinkel is een project van het
Gents MilieuFront Klik hier voor meer informatie
Bouwen en wonen > Duurzaam bouwen > Bouwtips > Verwarming > Verwarmingsinstallatie > regeling

Regeling verwarming

 

Doorgaans kunnen plaatselijke verwarmingssystemen slechts op één manier bediend worden. Bij een centraal verwarmingssysteem kunnen verschillende onderdelen instaan voor de warmteregeling: thermostatische kranen, een kamerthermostaat en een buitenvoeler. Hierdoor daalt het energieverbruik en wordt een beter comfort bereikt .

 
Thermostatische kranen

Met een thermostatische kraan kan men per radiator beslissen hoeveel warmte afgegeven moet worden.

            (Illustratie: Greenpeace)

 

De Kamerthermostaat 

Een kamer- of klokthermostaat zorgt dat de brander afspringt wanneer een ingestelde temperatuur bereikt is.

    (Foto: Danfoss)

     
    Aankoop en plaatsing

    • Een thermostaat wordt in een referentielokaal (meestal de woonkamer) geplaatst, maar best niet op een buitenmuur of in de directe omgeving van een radiator of kachel.
    • Klokthermostaten zijn de zuinigste types. Ze kunnen rechtstreeks de brander besturen, wat enkel mogelijk is bij ketels met een modulerend vermogen. Deze ketels hebben een brander die zich aanpast aan de vraag naar warmte: is de vraag groot dan zal de ketel hard branden, is de vraag klein dan brandt deze zachtjes.
    • Kamerthermostaat zou minimum twee standen moeten hebben, een dagstand (+/- 20° C) en een nachtstand (vb. 15° C).  Gesofisticeerde thermostaten kan je volledig programmeren in functie van je werkuren zodat je de verwarming een kwartier of half uur voor je thuiskomt kan laten aanspringen.
    • In de kamer waar je de kamerthermostaat hangt, plaats je het best geen thermostatische kranen. Er zouden zich problemen kunnen voordoen wanneer de thermostatische kranen uitgeschakeld zijn en de temperatuur van de ruimte lager is dan die van de thermostaat. De ketel zal namelijk de opdracht krijgen om warmte te blijven produceren, terwijl er geen warmte kan afgegeven worden!    
       Gebruikstips
    • Zet een half uurtje voor u naar bed gaat, de verwarming op nachtstand (bijv. 15°C). Voordat uw woonkamer is afgekoeld ligt u al onder de wol. Ook indien u het huis verlaat, kan u een half uur tot een uur voor vertrek de thermostaat 5 à 7 graden lager zetten, mits het niet vriest.
    • Als u de thermostaat overdag één graad lager zet, bespaart u gemiddeld 7% op uw energiegebruik voor verwarming.
    • Zet de thermostaat op de vorstvrije stand als u op vakantie gaat.

 

De buitenvoeler

Plaats een buitenvoeler zodat de temperatuur van de ketel automatisch wordt aangepast aan de weersomstandigheden. Wanneer het buiten kouder is en men meer zal verwarmen, zal de ketel automatisch op een hoger regime werken. Wanneer de buitentemperatuur stijgt, zal de ketel dan weer op een lager regime werken en aldus minder energie verbruiken.

 

 

Bronnen en informatie:

  • Greenpeace
  • www.livios.be