Bouwen en wonen > Duurzaam bouwen > Bouwtips > Verwarming > Verwarmingsinstallatie > regeling Regeling verwarming
Doorgaans kunnen plaatselijke verwarmingssystemen slechts op één manier bediend worden. Bij een centraal verwarmingssysteem kunnen verschillende onderdelen instaan voor de warmteregeling: thermostatische kranen, een kamerthermostaat en een buitenvoeler. Hierdoor daalt het energieverbruik en wordt een beter comfort bereikt .
Thermostatische kranen
Met een thermostatische kraan kan men per radiator beslissen hoeveel warmte afgegeven moet worden.

(Illustratie: Greenpeace)
De Kamerthermostaat
Een kamer- of klokthermostaat zorgt dat de brander afspringt
wanneer een ingestelde temperatuur bereikt is.
-
(Foto: Danfoss)
Aankoop en plaatsing
- Een thermostaat wordt in een referentielokaal (meestal de woonkamer) geplaatst, maar best
niet op een buitenmuur of in de directe omgeving van een radiator of
kachel.
- Klokthermostaten zijn de zuinigste types. Ze kunnen rechtstreeks de brander
besturen, wat enkel mogelijk is bij ketels met een modulerend vermogen. Deze ketels hebben een brander die zich aanpast aan de vraag naar warmte: is de vraag groot dan zal de ketel hard branden, is de vraag klein dan brandt deze zachtjes.
- Kamerthermostaat zou minimum twee standen moeten hebben, een
dagstand (+/- 20° C) en een nachtstand (vb. 15° C). Gesofisticeerde
thermostaten kan je volledig programmeren in functie van je werkuren
zodat je de verwarming een kwartier of half uur voor je thuiskomt kan
laten aanspringen.
- In de kamer waar je de kamerthermostaat hangt, plaats je het best geen thermostatische kranen. Er zouden zich problemen kunnen voordoen wanneer de thermostatische kranen uitgeschakeld zijn en de temperatuur van de ruimte lager is dan die van de thermostaat. De ketel zal namelijk de opdracht krijgen om warmte te blijven produceren, terwijl er geen warmte kan afgegeven worden!
Gebruikstips
- Zet een half uurtje
voor u naar bed gaat, de verwarming op nachtstand (bijv. 15°C). Voordat uw woonkamer is afgekoeld ligt u al onder
de wol. Ook indien u het huis verlaat,
kan u een half uur tot een uur voor vertrek de thermostaat 5 à 7 graden lager
zetten, mits het niet vriest.
- Als u de thermostaat overdag één graad lager zet, bespaart u gemiddeld
7% op uw energiegebruik voor verwarming.
- Zet de thermostaat op de vorstvrije stand als u op vakantie gaat.
De buitenvoeler
Plaats
een buitenvoeler zodat de temperatuur van de ketel automatisch wordt
aangepast aan de weersomstandigheden. Wanneer het buiten kouder is en men
meer zal verwarmen, zal de ketel automatisch op een hoger regime werken.
Wanneer de buitentemperatuur stijgt, zal de ketel dan weer op een lager
regime werken en aldus minder energie verbruiken.
Bronnen en informatie:
|