Bouwen en wonen > Duurzaam bouwen > Bouwtips > Verwarming > Verwarmingsinstallatie > afgifte-elementen > vloer- en wandverwarming Vloer(- en wand)verwarming
Verhoging comfortgevoel
Vloer- en wandverwarming zijn verwarmingssystemen waarbij een zeer behaaglijke stralingswarmte verspreid
wordt. Bovendien benadert de temperatuursverdeling bij vloerverwarming de meest
ideale temperatuursspreiding: naarmate men hoger gaat, neemt de
temperatuur af. Op de 'leefhoogte' wordt dus de meeste warmte afgegeven.
Zuinig afgiftesysteem
Omdat het comfortgevoel sneller wordt bereikt, kan de thermostaat
gemakkelijk 2 graden lager ingesteld worden. Door deze besparing, daalt het
energieverbruik met +/- 12 %!
Door het grote warmte-afgifte-oppervlakte en de gelijkmatige
temperatuurverdeling in het warmte-afgifte-systeem, kan het systeem werken bij
een lage keteltemperatuur. De ketel hoeft dus slechts lagere temperaturen te genereren en bijgevolg is er minder energie vereist. Deze lage temperaturen kunnen
gemakkelijk verwezenlijkt worden met een zuinige condensatieketel, zonneboiler
of warmtepomp. Vloerverwarming in combinatie met een warmtepomp maakt het
zelfs mogelijk om een ruimte op een energiezuinige manier te koelen!
Optimale
luchtkwaliteit
Door de
gelijkmatige temperatuur worden luchtcirculatie en verplaatsing van stof
voorkomen. Vloerverwarming zorgt daardoor voor een optimale luchtkwaliteit.
Bovendien heeft de stralingswarmte slechts een kleine invloed op de relatieve
vochtigheid. Bij vloerverwarming blijft dus een gezonde hoeveelheid waterdamp
in de ruimte aanwezig.
Inert
Vloer- en
muurverwarming verwarmen minder snel dan de andere systemen. Personen
die veelal langdurig thuis zijn, zullen niet onmiddellijk nadeel ondervinden van de
trage opwarming. Of anders geformuleerd: ' een thuiswerkende ouder zal meer genieten van
vloerverwarming dan een alleenstaande zakenman'. Indien de trage opwarming het comfort te veel belemmert, kan geopteerd worden voor een combinatie met radiatoren of
convectoren. Deze zorgen voor de snelle opwarming en nadien neemt de vloerverwarming
over.
Nat en droog syteem

Bij vloerverwarming onderscheidt men natte en droge
systemen. Bij een nat systeem worden de buizen rechtstreeks in de natte
chapelaag gelegd. Bij een droog syst
eem word
en
de buizen geplaatst in een
voorgevormde constructie van piepschuim of polystyreen (zie foto). Hierin worden goten van
aluminium of gegalvaniseerd metaal geplaatst waar uiteindelijk de
verwarmingsbuizen in komen te liggen.
Droge vloerverwarming heeft talrijke voordelen. Men schakelt dan ook meer en
meer over van het traditionele natte vloerverwarmingssysteem op het droge
vloerverwarmingssysteem. Bij droge systemen is de opwarmingstijd heel wat
korter, dankzij de goede warmtegeleiding van de metalen van het systeem. Doordat de vereiste opbouwhoogte kleiner is,
kan men droge systemen ook toepassen in renovatieprojecten. Bovendien hebben de
buizen van een droog systeem ruimte om uit te zetten en te krimpen. Hierdoor
wordt de kans op barsten sterk verkleind.
Plaatsing
Vloer- en wandverwarming veronderstellen een
doorgedreven isolatie in respectievelijk de vloer en de wanden, zodat de warmte
niet kan wegvloeien naar buiten of naar ruimten die niet worden verwarmd. Er
dienen voldoende buizen in de vloer of in de wanden aangebracht te worden.
Hierdoor kan je met lage keteltemperaturen werken (zuiniger) en verkleint de
kans op barsten. Een aangewezen tussenafstand tussen de buizen is 10 cm.
Bronnen en informatie:
|