terug naar startpagina home  sitemap  organisatie  contact  feedback
- MilieuAdviesWinkel -
- Bouwen en wonen -
 Duurzaam bouwen
 Welke vragen eerst?
 Bouwtips
 Isolatie
 Ventilatie
 Verwarming
 Tips bij bouwontwerp
 Tips bij aankoop
 Tips bij gebruik
 Brandstofkeuze
 Verwarmingssystemen
 Verwarmingsinstallatie
 Verwarmingstoestel
 afgifte-elementen
 vloer- en wandverwarming
 regeling
 Warm Water
 Water
 Elektriciteit
 Materialen en constructie
 Rond jouw huis
 Bouwblogs
 Wonen
- Duurzame artikelen -
- Mobiliteit -
- Afval -
- Voeding -
- Tuin -
- Luiers en textiel -
- Ethisch bankieren -
- WisselStroom -
- Links -
Zoeken

De MilieuAdviesWinkel is een project van het
Gents MilieuFront Klik hier voor meer informatie
Bouwen en wonen > Duurzaam bouwen > Bouwtips > Verwarming > Verwarmingsinstallatie > afgifte-elementen > vloer- en wandverwarming

Vloer(- en wand)verwarming

 

Verhoging comfortgevoel 

Vloer- en wandverwarming zijn verwarmingssystemen waarbij een zeer behaaglijke stralingswarmte verspreid wordt. Bovendien benadert de temperatuursverdeling bij vloerverwarming de meest ideale temperatuursspreiding: naarmate men hoger gaat, neemt de temperatuur af. Op de 'leefhoogte' wordt dus de meeste warmte afgegeven.


Zuinig afgiftesysteem

Omdat het comfortgevoel sneller wordt bereikt, kan de thermostaat gemakkelijk 2 graden lager ingesteld worden. Door deze besparing, daalt het energieverbruik met +/- 12 %!
Door het grote warmte-afgifte-oppervlakte en de gelijkmatige temperatuurverdeling in het warmte-afgifte-systeem, kan het systeem werken bij een lage keteltemperatuur. De ketel hoeft dus slechts lagere temperaturen te genereren en bijgevolg is er minder energie vereist. Deze lage temperaturen kunnen gemakkelijk verwezenlijkt worden met een zuinige condensatieketel, zonneboiler of warmtepomp. Vloerverwarming in combinatie met een warmtepomp maakt het zelfs mogelijk om een ruimte op een energiezuinige manier te koelen!

Optimale luchtkwaliteit  

Door de gelijkmatige temperatuur worden luchtcirculatie en verplaatsing van stof voorkomen. Vloerverwarming zorgt daardoor voor een optimale luchtkwaliteit. Bovendien heeft de stralingswarmte slechts een kleine invloed op de relatieve vochtigheid. Bij vloerverwarming blijft dus een gezonde hoeveelheid waterdamp in de ruimte aanwezig.  



Inert  

Vloer- en muurverwarming verwarmen minder snel dan de andere systemen. Personen die veelal langdurig thuis zijn, zullen niet onmiddellijk nadeel ondervinden van de trage opwarming. Of anders geformuleerd: ' een thuiswerkende ouder zal meer genieten van vloerverwarming dan een alleenstaande zakenman'. Indien de trage opwarming het comfort te veel belemmert, kan geopteerd worden voor een combinatie met radiatoren of convectoren. Deze zorgen voor de snelle opwarming en nadien neemt de vloerverwarming over.


Nat en droog syteem


Bij vloerverwarming onderscheidt men natte en droge systemen. Bij een nat systeem worden de buizen rechtstreeks in de natte chapelaag gelegd. Bij een droog syst eem word en de buizen geplaatst in een voorgevormde constructie van piepschuim of polystyreen (zie foto). Hierin worden goten van aluminium of gegalvaniseerd metaal geplaatst waar uiteindelijk de verwarmingsbuizen in komen te liggen.
Droge vloerverwarming heeft talrijke voordelen. Men schakelt dan ook meer en meer over van het traditionele natte vloerverwarmingssysteem op het droge vloerverwarmingssysteem. Bij droge systemen is de opwarmingstijd heel wat korter, dankzij de goede warmtegeleiding van de metalen van het systeem.  Doordat de vereiste opbouwhoogte kleiner is, kan men droge systemen ook toepassen in renovatieprojecten. Bovendien hebben de buizen van een droog systeem ruimte om uit te zetten en te krimpen. Hierdoor wordt de kans op barsten sterk verkleind.


Plaatsing

Vloer- en wandverwarming veronderstellen een doorgedreven isolatie in respectievelijk de vloer en de wanden, zodat de warmte niet kan wegvloeien naar buiten of naar ruimten die niet worden verwarmd. Er dienen voldoende buizen in de vloer of in de wanden aangebracht te worden. Hierdoor kan je met lage keteltemperaturen werken (zuiniger) en verkleint de kans op barsten. Een aangewezen tussenafstand tussen de buizen is 10 cm.

 


Bronnen en informatie