Bouwen en wonen > Duurzaam bouwen > Bouwtips > Verwarming > Verwarmingssystemen > centraal & plaatselijk Centrale of plaatselijke verwarming?
Nood aan een cv?
Hoewel er zuinige Cv-ketels bestaan, is het toch best eerst eens af te wegen of je wel een centrale verwarming nodig hebt. Als je slechts een beperkt aantal kamers verwarmd voor een beperkte tijd, dan is het zowel vanuit ecologisch als vanuit economisch oogpunt interessanter om wandkachels te plaatsen.
In een lage-energie-woning is het zeker niet efficiënt om centrale verwarming te installeren. De kleinste CV-ketels op de markt kunnen al 2 keer de behoefte voorzien van dergelijke woningen. Dit zorgt ervoor dat ze regelmatig kort zullen aanslaan en dat er zich veel stilstandverliezen voordoen, gezien het water in de ketel op temperatuur moet gehouden worden.
Centrale verwarming
Indien je toch opteert voor een centrale verwarming, wordt je geconfronteerd met alle mogelijke maten en soorten. Vanuit ecologisch en economisch standpunt is het raadzaam om te kiezen voor een zuinige, goed afgeregelde verwarmingsketel. Kies hiervoor een hoogrendementsketel of condensatieketel. Deze modellen kunnen werken op stookolie of gas. Een condensatieketel op gas verdient de voorkeur, aangezien hierbij het grootste rendement kan verwezenlijkt worden (tot 108 %).
Cv-ketels worden dikwijls in ruimten geplaatst die niet echt bewoond worden, zoals een garage of kelder. De warmte die aan deze ruimten wordt afgegeven betekent grotendeels een verlies.
Plaatselijke verwarmingstoestellen worden dikwijls opgesteld in de sterkst bewoonde ruimten. Hier treden deze verliezen niet op. Let wel, deze verliezen staan los van de verliezen die de onvolledige verbranding uitdrukken!
Plaatselijke verwarming
Als u een plaatselijke verwarming verkiest, moeten die ook een hoog rendement hebben om ecologisch en economisch interessant te zijn. De klassieke individuele gas, kolen- of stookoliekachels hebben een laag rendement (slechts 50 à 70 procent). Gesloten gevelkachels met een hoog rendement (> 85 %) zijn een zuiniger alternatief. Ook met peksteenkachels en pelletkachels kunnen bijzonder hoge rendementen bereikt worden.
Elektrische verwarming is af te raden door de hoge verbruikskosten. Dat geldt zowel voor rechtstreekse elektrische verwarming als voor verwarming met accumulatoren. De uitzondering op de regel zijn warmtepompen.
Bronnen en informatie
- ‘Verwarming van gebouwen’ door Eddy Janssen, docent Karel de Grote-Hogeschool
- ‘Praktische energiegids' van Greenpeace
- Milieu Centraal
Externe links
http://www.greenpeace.be
http://www.milieucentraal.nl
|