terug naar startpagina home  sitemap  organisatie  contact  feedback
- MilieuAdviesWinkel -
- Bouwen en wonen -
 Duurzaam bouwen
 Welke vragen eerst?
 Bouwtips
 Isolatie
 Ventilatie
 Verwarming
 Tips bij bouwontwerp
 Tips bij aankoop
 Tips bij gebruik
 Brandstofkeuze
 Verwarmingssystemen
 Verwarmingsinstallatie
 Warm Water
 Water
 Elektriciteit
 Materialen en constructie
 Rond jouw huis
 Bouwblogs
 Wonen
- Duurzame artikelen -
- Mobiliteit -
- Afval -
- Voeding -
- Tuin -
- Luiers en textiel -
- Ethisch bankieren -
- WisselStroom -
- Links -
Zoeken

De MilieuAdviesWinkel is een project van het
Gents MilieuFront Klik hier voor meer informatie
Bouwen en wonen > Duurzaam bouwen > Bouwtips > Verwarming > Tips bij aankoop

Tips bij aankoop

 

In de volgende hoofdstukken ('brandstofkeuze', 'verwarmingssystemen' en 'verwarmingsinstallatie') worden de voor-en nadelen van de verschillende manieren van verwarmen besproken. Op deze webpagina volgt alvast een opsomming van de aankooptips.

Het is belangrijk om een verwarmingsinstallatie te kiezen die aangepast is aan de behoefte van de woning. Een te zware installatie heeft geen zin, aangezien die zorgt voor een rendementsverlies. De ervaring leert dat de meeste verwarmingsinstallaties nog steeds te zwaar zijn. Hou bij de keuze dus rekening met de isolatiegraad van de woning en het gebruikspatroon (thuiswerken, aantal personen, ...). 

Hoewel er zuinige Cv-ketels bestaan, is het toch best eerst eens af te wegen of je wel een centrale verwarming nodig hebt. Als je slechts een beperkt aantal kamers verwarmd voor een beperkte tijd, dan is het zowel vanuit ecologisch als vanuit economisch oogpunt interessanter om wandkachels te plaatsen. In een lage-energie-woning is het zeker niet efficiënt om centrale verwarming te installeren. De kleinste CV-ketels op de markt kunnen al 2 keer in de behoefte voorzien van dergelijke woningen.

Kies uit economisch en ecologisch standpunt voor een energiezuinig verwarmingstoestel!

 
Aardgas & stookolieketels

  • Als je moet kiezen tussen (aard)gas en stookolie, kan je beter kiezen voor (aard)gas (Verklaring: volgend hoofdstuk 'brandstofkeuze')
  • Kies voor een condenserende ketel (HR-TOP-label). Dit type ketels recupereert warmte uit de rookgassen waardoor je 11 % extra warmte wint.
  • Voor een goede condenserende werking van de ketel is een groot stralingsoppervlakte noodzakelijk. Zorg dus dat de radiatoren overgedimensioneerd zijn of opteer voor vloer- of wandverwarming.
  • Opteer voor een ketel met elektrische ontsteking. Hierdoor is geen waakvlam nodig wat leidt tot energiebesparing.
  • Kies een ketel met een pompschakelaar. Deze zorgt ervoor dat de pomp niet de hele dag draait maar enkel wanneer nodig. Hierdoor bespaar je 200 tot 250 kWh per jaar. Men stelt soms dat bij een combiketel een pompschakelaar niet mogelijk is omdat je dan geen warm water meer krijgt. Dit euvel kan je omzeilen door een handschakelaar in serie te plaatsen. Laat deze schakelaar in contact staan met de omgevingsthermostaat of je kan ook een thermostaat gebruiken met een ingebouwde schakelaar. Zo kan je de verwarming in de zomer uitschakelen zonder de warmwaterproductie stop te zetten.
  • Voorzie de ketel van een buitenvoeler. Door deze weersafhankelijke regeling wordt de temperatuur van het ketelwater aangepast aan de buitentemperatuur.
  • De klassieke ketels branden 100%, zelfs wanneer er een kleine vraag is naar warm water. Opteer daarom voor een ketel met modulerend vermogen gaande van 100% tot een minimum van 20%. Dit betekent dat de brander zich aanpast aan de vraag naar warmte: is de vraag groot dan zal de ketel hard branden, is de vraag klein dan brandt deze zachtjes. De klassieke cv-ketel daarentegen verkwist veel energie omdat deze enkel maar voluit kan branden of stilstaan en zich niet kan aanpassen aan de vraag.
  • Kies voor een gesloten gasketel (deze trekt de nodige verbrandingslucht aan van buiten en niet vanuit de opstelruimte). Zo heb je geen rechtstreekse verbinding tussen het binnen- en buitenklimaat wat de warmteverliezen vermindert. Bovendien spaar je zo een dure schoorsteen uit.
  • Voorzie voldoende plaats naast de cv-installatie vb. door deze op zolder te plaatsen, zodat je nadien nog een zonneboiler kan aansluiten. Een zonneboiler zorgt voor extra energiebesparing bij de warmwatervoorziening. Het water wordt dan verwarmd in een zonnecollector op het dak, opgeslagen in een boiler en zo nodig naverwarmd door de combiketel.
  • In de 'Praktische energiegids' van Greenpeace die te consulteren valt op hun website (link) wordt een tabel vermeld met de beste CV-ketels op gas voor lage-energiewoningen (ondersteld verbruik voor verwarming : 10.000 kWh/jaar). Als criterium hanteert Greenpeace :
    • condenserende ketels met een minimum nuttig vermogen kleiner dan 10 kW
    • een elektrisch hulpverbruik lager dan 350 kWh per jaar of een automatisch gestuurde pomp 

Verwarming op elektriciteit

  • Er zijn verscheidene redenen om het elektriciteitsverbruik te beperken en zeker niet te opteren voor elektriciteit als verwarmingsbron (Verklaring: volgend hoofdstuk 'brandstofkeuze')
  • Uitzondering op de regel is het gebruik van een warmtepomp. Met een warmtepomp haal je de warmte, hoe gering ook, uit je omgeving: de lucht, het water of de bodem. Een elektrische warmtepomp gaat bijna twee keer zo lang mee als een cv-ketel (25 tot 30 jaar) en heeft veel minder onderhoud nodig. Hier tegenover staat wel een hoge investeringskost.
    • Een warmtepomp rendeert optimaal in een goed geïsoleerde woning
    • De warmtepomp is hoofdzakelijk geschikt in combinatie met een laagtemperatuurssysteem (zoals vloerverwarming).
    • Het rendemente van een warmtepomp wordt uitgedrukt met de COP (Coëfficiënt of Performance). Hoe hoger deze waarde is, hoe groter het rendement van de warmtepomp zal zijn! De huidige warmtepompen hebben een COP van 3 tot 5.
Houtkachels
  • Een open haard is niet geschikt voor het verwarmen van een ruimte. Er kunnen namelijk meer energieverliezen optreden (via de schouw) dan energiewinsten!
  • Ook een doorsnee kleine houtkachel haalt slechts een rendement van 35 %: dit is laagrendementsverwarming...
  • Deze toestellen hebben niet enkel een slecht rendement, mar zorgen ook voor onverantwoord veel roet- en stofuitstoot.
  • Wanneer er ook nog eens gevernist hout, vezelplaat, kunststoffen ... worden in verbrand, spreken we helemaal over een ecologische ramp.
  • Ben je van plan om frequent te verwarmen (en koken) met houtblokken, opteer dan enkel voor een tegelkachel met een hoog rendement (tot 80 %).
    • De beste tegelkachels bestaan uit speksteen. Bij speksteenkachels volstaan slechts 1 tot 3 uur branden voor 12 tot 24 uur warmte of meer.
    • Een echte tegelkachel heeft geen metalen onderdelen, behalve het deurtje van de verbrandingskamer!
  • Een automatische bediening is mogelijk met een pelletkachel. In pelletkachels worden geen gewone houtblokken gestookt, maar houtpelletkorrels. De pellets leveren een warmte-efficiëntie tot90 %. Pelletkachels hebben het voordeel dat ze veel beter regelbaar zijn dan houtgestookte kachels

 

 

Kies de warmte-afgifte-elementen van een centrale verwarming in functie van de woning en het leefgedrag!

 

Vloer- en wandverwarming                 (behaaglijke stralingswarmte, zéér zuinig, trage opwarmingssnelheid)

  • Opteer voor een droog systeem. Hierbij liggen de verwarmingsbuizen in gleuven die in de isolatieplaten aangebracht werden. Bij een nat systeem zijn de buizen ingewerkt in een chapelaag. Door te kiezen voor een droog systeem heeft men een betere warmtegeleiding, minder kans op barsten en een kleinere opbouwhoogte.
  • Vloer- en wandverwarming veronderstellen een doorgedreven isolatie in respectievelijk de vloer en de wanden, zodat de warmte niet kan wegvloeien naar buiten of naar ruimten die niet worden verwarmd
  • Er dienen voldoende buizen in de vloer of in de wanden aangebracht te worden. Hierdoor kan je met lage keteltemperaturen werken (zuiniger) en verkleint de kans op barsten. Een aangewezen tussenafstand tussen de buizen is 10 cm.
  • Vloer- en wandverwarming werken op een lage temperatuur. Deze afgifte-elementen werken dan ook bijzonder goed in combinatie met energiezuinige verwarmingstoestellen. Denk hierbij aan een condenserende  ketel, warmtepomp of zonne-energiesysteem

Radiatoren                                             (stralingswarmte en in beperkte mate convectiewarmte, zuinig, snelle opwarmingssnelheid)

  • Het is interessant om een groot stralingsoppervlakte te creëren. Hierdoor kan de ketel met lagere temperaturen de ruimte verwarmen. Het toegevoerde warm water bedraagt dan maximum 70°C en het retourwater zo'n 50°C. Bovendien doorloopt het water dan ook een langer circuit waardoor het meer kans krijgt om zijn warmte aan de omgeving af te staan. 
  • Voorzie thermostatische kranen, zodat je per radiator kan beslissen hoeveel warmte afgegeven moet worden.
  • Plaats geen radiatoren voor een glasoppervlakte, dit zorgt voor overbodig warmteverlies.
  • Kleef een isolerende aluminiumfolie tegen de wand achter radiatoren. De warmte die normaal opgenomen zou worden door de wand waartegen de radiator staat, wordt door de folie naar de woonkamer weerkaatst. Hierdoor kan tot 10% meer warmte in de ruimte verspreid worden!

Convectoren                                         (convectiewarmte, zéér snelle opwarmingssnelheid)

  • Bij de verwarming van hoge ruimten is het gebruik van convectoren afgeraden. De warme lucht zal namelijk eerst naar de hoogst gelegen punten van de ruimte stromen.
  • Convectoren zijn vooral geschikt om ruimten snel en/of kortstondig te verwarmen.

 

 


Een goede regeling verhoogt het comfort en bespaart energie!

Thermostaat

  • Een thermostaat wordt in een referentielokaal (meestal de woonkamer) geplaatst, maar best niet op een buitenmuur of in de directe omgeving van een radiator of kachel.
  • Klokthermostaten zijn de zuinigste types. Ze kunnen rechtstreeks de brander besturen, wat enkel mogelijk is bij ketels met een modulerend vermogen. Deze ketels hebben een brander die zich aanpast aan de vraag naar warmte: is de vraag groot dan zal de ketel hard branden, is de vraag klein dan brandt deze zachtjes.
  • Kamerthermostaat zou minimum twee standen moeten hebben, een dagstand (+/- 20° C) en een nachtstand (vb. 15° C).  Gesofisticeerde thermostaten kan je volledig programmeren in functie van je werkuren zodat je de verwarming een kwartier of half uur voor je thuiskomt kan laten aanspringen.
  • In de kamer waar je de kamerthermostaat hangt, plaats je het best geen thermostatische kranen. Er zouden zich problemen kunnen voordoen wanneer de thermostatische kranen uitgeschakeld zijn en de temperatuur van de ruimte lager is dan die van de thermostaat. De ketel zal namelijk de opdracht krijgen om warmte te blijven produceren, terwijl er geen warmte kan afgegeven worden!
Buitenvoeler
  • Beschik je over een verwarmingsketel, plaats dan een buitenvoeler. Door deze weersafhankelijke regeling wordt de temperatuur van het ketelwater aangepast aan de buitentemperatuur.

 

 

In de hoofdstukken 'brandstofkeuze', 'verwarmingssystemen' en 'verwarmingsinstallatie' worden de voor-en nadelen van de verschillende manieren waarop je een woning kan verwarmen besproken!